Vertaald door Karen Emmerich
Het meest complexe zelfbeeld is misschien wel dat van de Grieken – een betrekkelijk klein Europees volk aan de periferie van Europa, voor altijd worstelend met het feit dat de 'voorouders' een belangrijk deel van het Europese erfgoed hebben gebouwd, en dat er sindsdien eeuwen zijn verstreken waarin het land slechts een buitengebied was, meestal geregeerd door anderen. Het levert, naar mijn ervaring, een unieke mix op van trots en schaamte.
What's Left of the Night van Ersi Sotiropoulos gaat over die mix. Het boek beschrijft drie dagen in het leven van Constantinos Kavafis, aan het eind van de negentiende eeuw. Kavafis is nog lang niet de bekende en gerespecteerde dichter die hij zou worden – hij zoekt nog naar zijn stem, en brengt een paar dagen in Parijs door met zijn broer.
Griekenland is dan pas een paar decennia losgekomen van het Ottomaanse Rijk, het probeert onder andere Kreta 'terug' te krijgen van Turkije. Grieken wonen op dat moment in een veel grotere diaspora in het oosten van het Middellandse Zee-gebied – in Constantinopel bijvoorbeeld, en in Alexandrië – gebieden waar anderen nog de baas zijn, waar weinig reden is om te denken dat anderen er niet nog lang de baas zullen blijven.
Kavafis komt zelf uit Alexandrië, dat onder Brits protectoraat valt. Het contrast met Parijs is groot – Alexadrië is een buitengebied, in Parijs proberen de broers contact te vinden met de literaire elite, de namen van grote schrijvers als Marcel Proust, Emile Zola en Anatole France vallen voortdurend. Ooit wil Kavafis ook zo'n grote schrijver zijn, maar het is vooralsnog duidelijk dat de Franse elite deze jonge knaap uit de provincie niet ziet staan.
Het is ook duidelijk dat Ersi Sotiropoulos over hem schrijft omdát ze hem beschouwt als een toekomstig groot dichter. De miskenning van Kavafis in What's Left of the Night, is de miskenning van de Grieken, zijn onzekerheid is de onzekerheid van de Grieken, zijn gevoel in het culturele centrum van de westerse wereld, is het gevoel dat Grieken hebben tegenover 'Europa', waarvan ze menen de bakermat te zijn en waar ze zich tegelijkertijd niet goed thuis voelen.
Het is een poëtisch relaas, dat van Sotiropoulos, door Karen Emmerich heel fraai in het Engels vertaald. Tegelijkertijd is het stoer. Het vereist moed van een schrijver om dingen op te schrijven zoals:
Tolstoy's descriptions had awakened in him an appetite for writing. Prince Andrei's pale face, feverish, stripped of al human desires, seemed to stand before him.
Kavafis betwijfelt of hij ooit iets zal kunnen schrijven dat zich meten kan met Oorlog en vrede. Maar Sotiropoulos deinst er kennelijk niet voor terug in haar eigen proza Tolstoj in herinnering te brengen. Kan zij zich met hem meten? Ik geloof het niet, maar de poging roept op zichzelf bewondering af. (In Griekenland wordt Sotiropoulos kennelijk als een belangrijke kandidaat voor de Nobelprijs beschouwd.)

Reacties