Doortje Smithuijsen. Ik zou uw dochter kunnen zijn. CPNB, 2026.

 


Er is van alles verbazingwekkend aan het boekje Ik zou uw dochter kunnen zijn van Doortje Smithuijsen, dat het CPNB uitgaf ter gelegenheid van de Boekenweek van dit jaar. Er is bijvoorbeeld het begin van de achterflap, 'Dit essay gaat niet over alle babyboomers, ook niet over alle millennials'. Ik dacht dat het CPNB de term essay had afgeschaft omdat het te moeilijk was..

Een andere verbazing betreft de belabberde kwaliteit van het gebruikte papier. Dat doe je toch niet als je een boekje maakt voor een feestje? En waarom maak je dan wel de letters zo groot? Had het dan niet beter een kleiner boekje kunnen zijn met net wat mooier papier?

En dan is er nog de tekst van het essay zelf, waarvan de toon enerzijds nogal zelfverzekerd is, maar het uiteindelijk onduidelijk is wat de schrijver nu eigenlijk wil zeggen. Op het oog gaat het over hoe belachelijk boomers in de Randstad zijn en daarna over hoe belachelijk millennials in de Randstad zijn, en dan over hoe moeilijk het leven voor allebei is, maar uiteindelijk, in letterlijk de laatste alinea's van het boekje, haalt Smithuijsen haar eigen betoog helemaal onderuit (het hele essay is gericht aan een u, die lid is van de boomergeneratie):

Uw kinderen komen er wel, durf ik te zeggen. Diegenen die het meest erven hebben dat doorgaans het minst nodig. De vraag is ondertussen in wat voor situatie - in wat voor land, en in wat voor samenleving - die erfenis gaat plaatsvinden. Want terwijl de culturele elite druk blijft met bediscussiëren welke generatie het verpest heeft voor wie, blijft de echte elite – de economische en bestuurlijke macht – voor het overgrote deel buiten schot.
U denkt toch niet dat ze binnen die gelederen kissebissen over huizenprijzen.

Wat hier staat valt bijna niet samen te vatten. Enerzijds hoeft 'de culturele elite' zich kennelijk geen zorgen te maken over geld, er gaat een grote erfenis van de boomers naar de millennials, ook al hebben die laatste dat niet echt nodig. Anderzijds is er kennelijk een nóg rijkere groep die 'buiten schot' blijft, de 'echte elite'.  Binnen die elite speelt zich kennelijk geen generatieconflict af.

Dat er ook nog mensen zijn die minder hebben dan de culturele elite blijft verder helemaal buiten het blikveld, zoals het ook wonderlijk karikaturaal aanvoelt dat Smithuijsen ervan uitgaat dat er op de wereld maar twee groepen mensen zijn: de dertigers en veertigers enerzijds, en de mensen die ouder zijn dan zestig anderzijds. Misschien is het eerdere betoog ook inderdaad als een karikatuur van het generatiedebat bedoeld, om het punt van die laatste alinea's te illustreren. Maar wat is dan eigenlijk het laatste punt?




Reacties