Posts

Walter van den Berg. Schuld. Amsterdam, Das Mag, 2016.

Afbeelding
  Schuld  is een boek met bijna alleen maar mannelijke hoofdpersonen, die in hoofdmoot proberen zich zo mannelijk mogelijk te gedragen: er zijn maar weinig boeken waarin een personage alleen ok  zegt. Ze begeven zich in criminele of semicriminele milieus, ze rijden met gestolen telefoons in hun auto door nachtelijk Amsterdam. Ze zeggen dingen als kankerlul.  Slechts één van de zes hoofdpersonen is een vrouw, Sandra. En toch kun je Schuld  lezen als een boek over de verhouding tussen man en vrouw.  De titel geeft de rode draad weer in die relatie. Dat is deels een macho-houding: een belangrijk deel van de intrige is dat Sandra door haar man mishandeld wordt. Uiteindelijk kom je er als lezer – spoiler alert – achter dat zij haar man daarop doodslaat. Maar zelfs die enige daad van opstandigheid wordt haar niet gegund: een andere man, Ron, neemt de schuld voor die doodslag op zich, op voorwaarde dat ze 'er ook voor mij zal zijn' als hij terugkomt uit de bak.  Ook Rons moeder is ern

Carlo Minnaja. Introduzione alle letteratura esperanto. Parma: Athenaeum, 2019.

Afbeelding
  Dat er nu al ruim 130 jaar literatuur wordt geschreven in het Esperanto – dat mensen pogingen doen kunst te scheppen in een kunsttaal, ik geloof niet dat er mensen zijn die het weten. Als je het mij vraagt, zit er ook nog geen Divina Commedia,  geen Hamlet , en geen Madame Bovary tussen, en zelfs geen Max Havelaar. Maar het feit er zijn wel een paar interessante boeken verschenen en het feit dat die literatuur er is, is op zich interessant. Waarom besloten schrijvers te kiezen voor zo'n tal met internationale aspiraties die niet hun moedertaal was (er zijn slechts een paar moedertaalsprekers van het Esperanto, en geen van hen heeft tot nu toe literaire ambities getoond) en tegelijkertijd hun bereik verkleinde? En waar schreven ze dan over? Carlo Minnaja, een Italiaanse wiskundige uit 1940 (en zelf wel moedertaalspreker) is een groot kenner van de taal en de literatuur. Eerder schreef hij samen met zijn landgenoot Giorgio Silfer een gigantische Historio de la Esperanto Literaturo,

Barber van de Pol. Lieve Erasmus. Verkeren met een denker. Amsterdam: Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2002

Afbeelding
  Was Erasmus 'lief'? Het lijkt me niet het eerste wat in je opkomt, maar de essayiste Barber van de Pol claimde bijna twintig jaar geleden verliefd te zijn op deze denker – een wat wonderlijke stijlfiguur. Het wordt niet helemaal duidelijk wat de basis is van die verliefdheid, of dit niet gewoon een fascinatie betreft, voor inderdaad een van de belangrijkste Nederlandse schrijvers – een die eigenlijk nauwelijks gelezen wordt, afgezien van de Lof der Zotheid . Van de Pol laat in ieder geval zien dat die ongelezenheid onterecht is, dat de oude Desiderius nog steeds wat te zeggen heeft voor onze tijd. Al valt tegelijkertijd op hoe ver de tijd van haar – het begin van dit geplaagde millennium – al afstaat van deze. Ze beschrijft nog een tijd in Amsterdam die je alleen maar onbezorgd kan wonen – een groep vrienden van haar die allemaal ervan overtuigd lijken in de best mogelijke tijd te leven in een 'grote stad' (dat is een epitheton dat Van de Pol echt van toepassing verkl

Martinus Don Hogervorst Benders. Ginneninne. Udenhout, de Kaneelfabriek, 2020.

Afbeelding
Ginneninne is met gemak de meest ambitieuze dichtbundel die er dit jaar verschenen is. De dichter, Martijn Benders, weet het zelf ook. In een brief aan het einde van deze 'kerstbundel' ('Lieve lezer') noemt hij het 'tegenraads' en zegt hij dat het 'van belang' is 'dat iemand een ander geluid laat horen, een lang vergeten geluid, een sluimerende taal'. Het is opvallend dat de bundel voor zover ik kan zien, nergens is besproken. Misschien weet geen recensent zich raad met de dichter, misschien weet geen recensent zich raad met de bundel. Je zou zeggen dat dit een goed teken is, in ieder geval in aanleg: dit is geen bundel die zoveel lijkt op andere bundels dat je hem na lezing keurig in je boekenkast kunt zetten. Niet het zoveelste boekje met keurige stijloefeningen, handelend over problemen waarover iedereen zich wel een beetje zorgen maakt, brave, fraai geformuleerde teksten over hanteerbare onderwerpen, maar een woeste sprong in het onbekende.

Geerten Meijsing. Zeven kerstvertellingen. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2020.

Afbeelding
De zevende kerstvertelling van Geerten Meijsing eindigt met een lijst van allerlei lijstjes, die de schrijver aanmaakt als hij niet slapen kan. Het is een rijke en wat je zou kunnen noemen een recursieve lijst. Een onderdeel van de lijst zijn bijvoorbeeld de eigenschappen waarop hij in het verleden vriendinnen heeft beoordeeld – een lijst binnen de lijst. Maar een van die eigenschappen zijn dan weer de 'sportieve vaardigheden, anders dan seks, zoals tennissen, zwemmen (borstcrawl), roeien & zeilen, (...)' De zeven kerstvertellingen zijn op een bepaalde manier ook een lijst – het zijn duidelijk zeven autobiografische verhalen, in verschillende perioden geschreven, maar steeds handelend rond de kerstperiode. Het zijn opsommingen van melancholie, maar je kunt ze ook lezen als brieven zonder geadresseerde. Wat ik mooi vind – de schrijver weet je het gevoel te geven dat hij, of laten we voor de vorm zeggen: de verteller, door en door eerlijk is. Heel aangenaam vind ik dat hij bi

Raoul de Jong. Jaguarman. Mijn vader, zijn vader en andere Surinaamse helden. Amsterdam: De Bezige Bij, 2020.

Afbeelding
  Jaguarman  is misschien wel het meest ambitieuze boek dat er dit jaar verschenen is. Raoul de Jong probeert er geloof ik niets minder in dan de zin van het leven te doorgronden.  Hij doet dat door een zoektocht naar de wortels van zijn vader – een Surinaamse man, die Raoul nauwelijks gekend heeft en nauwelijks kent –, en dat op twee niveau's: door een reis te maken naar Suriname, op zoek naar Jaguarman,  een mythische voorouder van zijn vader, die zichzelf in een jaguar kon veranderen; en later door zeven dagen in zijn Rotterdamse appartement in retraite te gaan volgens de regels van de winti.  Maar hij wil in Suriname niet alleen zijn vader of de jaguarman leren kennen, maar het leven zelf. Hij lijkt veel meer aangetrokken tot het regenwoud dan tot de stad, zoals hij ook meer aangetrokken lijkt tot de caraïben en de marrons dan tot de creolen. Hoe leef je samen met die wilde, op het eerste gezicht zo wrede natuur? Maar het boek wil nog meer zijn, een beschrijving van de geschied

Rob van Essen. Een man met goede schoenen. Atlas Contact, 2020.

Afbeelding
  Stel dat er iemand is die beweert niet van fictie te houden, en liever 'echt gebeurde' verhalen te lezen, of niets te lezen. Raad die persoon dan aan om Een man met goede schoenen te lezen. Mocht die persoon zich bij dat boek vervelen, dan kan hij of zij inderdaad zich de rest van het leven de moeite besparen om nog fictie te lezen.  Ik heb in geen jaren zoveel plezier  beleefd aan een boek als dit. Het bestaat uit een verzameling korte verhalen die Van Essen, blijkens het nawoord, de afgelopen jaren schreef, voor literaire tijdschriften, voor zijn eigen weblog, voor De Groene Amsterdammer – heel verschillende media, die bijvoorbeeld heel verschillende eisen stellen aan de lengte. Maar echt ieder van die verhalen deed me echt op iedere bladzijde glimmen van vreugde, en een paar keer heb ik zelfs hardop gelachen, ook iets wat me niet vaak overkomt. De verhalen stralen zelf ook van blijdschap – over de fantasie, de inventiviteit, de mogelijkheid dat alles ineens heel anders zou