Posts

Posts uit 2021 weergeven

Chimamanda Ngozi Adichie. Americanah. Alfred A. Knopf, 2013

Afbeelding
Ergens in de rijke roman Americanah  klaagt een personage over het feit dat mensen als je een roman leest vragen waar het over gaat. Alsof een roman altijd over maar één ding gaat! Americanah  gaat zeker niet over maar één ding. Het is het verhaal van twee jonge Nigerianen, een vrouw en een man, waarvan de eerste een aantal jaar naar Amerika gaat en de ander een aantal jaar naar Engeland. Ze blijven aan elkaar denken en als ze eenmaal beiden terug zijn in Lagos krijgen ze een verhouding. Maar dat is alleen maar – heel, heel kort – het verhaal en ik geloof niet dat het daar over 'gaat'. Je zou misschien kunnen zeggen dat het over racisme gaat, want daarover wordt veel gepraat en gedacht: het diepgewortelde racisme in Amerika, het wat ontspannener maar nog altijd aanwezige racisme in Engeland, de afwezigheid ervan in Nigeria. Ifemelu, de vrouw, schrijft er haar blogs over, verschillende mensen kijken er verschillend tegenaan. Het boek bevat er satirische beschouwingen over, bijvo

Douglas Adams. The Hitchhiker's Guide to the Galaxy. Random House, 2014.

Afbeelding
  Het is, zie ik , bijna 19 jaar geleden, sinds ik The hitchhiker's guide to the galaxy  las. Wat stond ik er, blijkens mijn aantekeningen, toen boven! Ik heb nu naar de audioversie met Stephen Fry geluisterd, en wat me nu vooral opviel is: wat voor een klassieker dit boek is. Misschien is het dat ondertussen meer geworden dan het indertijd was, maar bijna iedere passage – van de horreurs van de Vogon-poëzie tot en met natuurlijk het antwoord op het mysterie van alles, 42 – hebben een plaats gevonden in de populaire cultuur. En toch is het fris en vrolijk, in ieder geval in de wijze waarop Stephen Fry het brengt in dit audioboek. Want wat is die man goed – het Engelse absurdisme komt er goed uit, ieder persoon heeft een eigen, en heel grappige stem zonder dat er iets geforceerd klinkt.  Het absurdisme in het verhaal zit uiteindelijk toch ook in het herkenbare: iemand kan twee hoofden hebben, of een manisch-depressieve robot zijn, uiteindelijk is het een gewone Engelsman. 

Heike Geißler. Saisonarbeit. Spector, 2014.

Afbeelding
  Een schrijfster in Leipzig kan niet rondkomen van haar schrijven en vertalen en besluit daarom in de kerstperiode een tijdje bij Amazon te werken, om te helpen alle kerstcadeautjes in te pakken. En die schrijfster bent u. Heike Geißler heeft de vraag of de ik in het verhaal nu samenvalt met haar zelf op te lossen door de hoofdpersoon aan te duiden met Sie.  Zo wordt de lezer zelf degene die zo lang de werkvloer opgaat tot ze opstandig wordt. Overigens komt er af en toe ook nog een ik  voorbij, die duidelijk maakt dat ze sommige dingen anders heeft gedaan dan hier beschreven. Zo is u  duidelijk wat minder op haar mondje gevallen dan ik , iets eerder in staat om tegen iemand te zeggen waar het op staat. Het Sie  heeft nog een functie, want een van de draden in het boek is dat men bij Amazon besloten heeft dat iedereen op de werkvloer elkaar aanduidt met Du,  als een teken van de 'platte hiërarchie' bij het bedrijf. Hoe plat die hiërarchie ook is, maakt Geißler duidelijk, feite

John Carey. A little history of poetry. Yale University Press, 2020

Afbeelding
  A little history of poetry  is het soort boek dat het waarschijnlijk wereldwijd goed doet: in kleine stukjes verdeeld geeft het een geschiedenis van de poëzie. Het is geschreven door een vooraanstaand criticus en het begint met een definitie van poëzie: "Poetry is language made special, so that it will be remembered and valued." Het belooft, met andere woorden, dat je door 280 bladzijden te lezen wel zo'n beetje bij bent. Het is ook ongelooflijk oppervlakkig. Als poëzie taal is die bijzonder is gemaakt, waarom verandert wat er bijzonder is dan door de jaren heen? Wat is de relatie tussen je dichtregels herinneren en ze waarderen? Op zulke voor de hand liggende vragen komen er geen antwoorden. In plaats daarvan krijg je een overzicht in column-achtige stukjes – deze little history had zo een serie stukjes in de krant kunnen zijn – met heel veel dingen die ik, toch niet bepaald een kenner van de Engelse dichtkunst, ook wel had kunnen verzinnen. Want dat is nog het raarste

Giulia Alberico. La signora delle Fiandre. Piemme, 2021.

Afbeelding
  Aan de kust van Abruzzo, in het stadje Ortona, woont een oude vrouw: de gravin van Parma Margaretha, samen met een paar van haar getrouwen. Ze kijkt terug op haar leven: geboren als de dochter van keizer Karel en een vrouw uit het Vlaamse volk, steeg ze op tot in hoge kringen. Het werd lange tijd een eenzaam leven, met een eerste man die al na een paar maanden stierf en een tweede van wie ze in ieder geval fysiek niet veel wilde weten, met weinig vrienden, en ook weinig omhanden. Totdat ze voor korte tijd door haar broer Philip tot landvoogd over de opstandige Lage Landen werd gemaakt. Ik wist eigenlijk alleen het laatste van haar, en dat er dan in boeken over de opstand altijd wordt gezegd dat ze de menselijke kant van het Spaanse regime liet zien. In deze interessante roman La signora delle Fiandre  krijgt ze een gezicht, als iemand die deel uitmaakte van een min of meer ontwortelde internationale elite maar die door intellectuele belangstelling in aanraking komt met de min of meer

Wim Willems. De wereldwandelaars. Een verbond van idealisten Querido, 2020.

Afbeelding
 De journalist Wim Willems kreeg goud in handen toen hij materiaal kreeg over de - aanvankelijk – drie jongens die aan het begin van de twintigste eeuw besloten om de wereld over te wandelen. De hele wereld lukte uiteindelijk niet, na jaren en vele avonturen kwamen ze niet verder dan het Midden-Oosten, maar ondertussen hadden ze dingen meegemaakt waarvan jonge mannen ook aan het begin van de eenentwintigste eeuw kunnen dromen. Zoals de ondertitel van het boek zegt is De wereldwandelaars  vooral ook een verhaal over het wonderlijke idealisme aan het begin van de twintigste eeuw. Aan tal van die idealen namen de jongens of in ieder geval sommige van degenen die langere of kortere tijd met ze opliepen deel: socialisme, vegetarisme, 'Rein leven', nudisme, esperantisme, geheelonthouderschap, pacifisme. Maar zelden heb ik zo duidelijk uiteengezet gezien hoe ingewikkeld het eigenlijk zat met die idealismen. Waar het gaat over het vegetarisme legt Willems bijvoorbeeld helder uit hoevee

Aldo Cazzullo. A rivedere le stelle. Dante, il poeta che inventò l'Italia. Mondadori, 2020.

Afbeelding
  Volgens Aldo Cazzullo, journalist bij de Corriere della Sera,  is Italië gemaakt door Dante en de schrijvers na hem. Andere landen zouden zijn gevormd door politiek en oorlog – Italië niet. Voor het Dante-jaar schreef Cazzullo, die verder vooral veel boeken heeft geschreven over Italië, een boek waarin hij dit laat zien, vooral aan de hand van de Commedia Divina , en eigenlijk vooral aan de hand van het Inferno . Dat is een aardig idee, al is die obsessie met wat 'Italië' eigenlijk is wel opvallend. Cazzullo laat zien naar hoeveel Italiaanse steden er wordt verwezen, hoeveel van de zonden die Dante noemt er nog steeds zijn, hoe vaak dichters en zangers nog verwijzen naar Dante of in ieder geval naar dezelfde thema's als Dante. Heel overtuigend is dat allemaal niet, zeker niet voor die centrale stelling – precies omdat Dante zelf schreef over politiek en oorlog is het moeilijk vol te houden dat die geen rol hebben gespeeld –, maar dat doet er niet toe. A rivedere le stelle

Karl Ove Knausgaard. My Struggle. First Book. Audible, 2015.

Afbeelding
  Sommige bergen moet je als lezer beklimmen. En als lezer aan het begin van de 21e eeuw kom je dan niet om de hoogvlakte heen die Min kamp  heet. Ik heb besloten het te beklimmen als in het Engels vertaald audioboek, en dat was in ieder geval voor deel 1 geen slecht idee. Bij zo'n uitgestrekt verhaal kun je er af en toe ook best iets naast doen, en degene die het verhaal voorleest, Edoardo Ballerini, doet dat meesterlijk. Knausgaard is een jaar jonger dan ik, en zijn leven is herkenbaar – zo veel verschilt en verschilde het leven in Noorwegen nu ook weer niet van dat in Nederland, en tegelijkertijd is het anders. Ik weet niet hoe mensen Min kamp  over honderd jaar zullen lezen, maar als hedendaags lezer kun je het niet anders lezen dan als monument voor het dagelijks leven dat in zoveel kleuren en variëteiten komt. Dat je het niet heel precies leest, doet ook niet af aan de enorme rijkdom aan details, ja, aan het feit dat die details een belangrijk deel zijn van het genoegen. Hier

Alessandro Barbero. Dante. Laterza, 2020.

Afbeelding
  Dante van Alessandro Barbero is een boek dat in het Nederlands niet zo snel zou verschijnen: een boek van een historicus die bekend is van radio en tv en die naar aanleiding van een jubileumjaar en een boek schrijft over een literator. Ik kan me in ieder geval geen recent voorbeeld voor de geest halen. (Maarten van Rossem die een boek schrijft over Vondel.) Maar het zou ook op een andere manier ondenkbaar zijn: het is een populair boek, het lag in grote stapels in de kleine boekwinkel in het provinciestadje waar ik het kocht, maar het is volkomen onleesbaar. De stijl is die van Italiaanse intellectuelen, accoord: lange zinnen zonder zich veel te bekommeren om de arme lezer. Maar daarvan zou je nog kunnen zeggen – dat zijn die lezers nu eenmaal gewend. Maar Dante  is een omgevallen boekenkast. Het vertelt nauwelijks het verhaal van Dante, maar vooral het verhaal van die historicus zegt dit en die historicus zegt dat. Heeft hij zijn eeuwige geliefde Beatrice voor het eerst gezien toen

Khalid Mourigh. De gast uit het Rifgebergte. Cossee, 2021

Afbeelding
  Mannen als de opa van Khalid Mourigh heetten ooit gastarbeiders.  Een gast komt tijdelijk langs, is misschien van harte welkom en misschien ook niet, maar hoe dan ook: als de gast eenmaal weg is, keert alles weer terug naar het oude. Dat het zo niet was, dat die gasten hier gewoon zijn gebleven, en dat ze Nederland in de afgelopen decennia mede bepaald hebben, dat weten we wel.Wat Mourighs boek De gast in het Rifgebergte  laat zien dat het zelfs nog verder gaat: die zogenaamde gasten brachten de wereld binnen in Nederland. In zijn boek tekende Mourigh de verhalen op die zijn grootvader vertelde. Aan het eind van het leven van de opa, heeft Mourigh, die wetenschapper is, die verhalen opgenomen. Geruime tijd later is hij die opnamen gaan uitschrijven en vertalen in het Nederlands, om ze uiteindelijk ook nog uit te werken tot schrijftaal. Het levert het soort verhalen op zoals ze over de hele wereld in de mondelinge overlevering worden verteld (laten we zeggen, als jonge man wordt opa s

Hervé Le Tellier. L'anomalie. Gallimard, 2020.

Afbeelding
  Nóg een boek over het plezier van vertellen. Of misschien is plezier niet het goede woord.  (Ik kan het volgende niet schrijven zonder een paar dingen te onthullen die je tijdens het lezen van het boek pas gaandeweg duidelijk worden. Mocht je hier gekomen zijn om je door een sprankelend boek te laten verrassen, lees dan niet verder.) In L'anomalie  maken we eerst kennis met 11 heel verschillende personen: een huurmoordenaar, bijvoorbeeld, een jonge actrice, een schrijver, de vrouw van een soldaat, enzovoort. Ze hebben op het eerste gezicht allemaal met elkaar gemeen dat ze in het voorjaar van 2021 – het wordt hier relevant dat L'anomalie  in de zomer van 2020 verscheen – allemaal in dezelfde vlucht zaten die ergens tussen New York en Parijs in een vreselijk onweer terecht raakt. Voor sommigen is dit een enorm ingrijpende gebeurtenis terwijl voor het anderen niet meer is dan een bijzin. Maar gaandeweg blijkt er voor allemaal iets mis: de vlucht komt aan op 10 maart én hij komt

Oscar Wilde. The Importance of Being Earnest.

Afbeelding
  The importance of being Earnest  is aan opera waarin de taal de plaats in heeft genomen van de muziek. Het gaat niet om het verhaal, het gaat niet om de psychologie van de personages, het gaat om de muziek van de taal, de brille. Er is geen regel die verveelt, er is geen grap die niet meer te begrijpen is. Het seksisme van de mannen gaat er op een bepaalde manier nog gemakkelijker in omdat je weet dat het stuk geschreven is door een homo. Zou er al eens iemand hebben geprobeerd een bittere laag in het stuk te vinden zoals die bijvoorbeeld zit in Così fan tutte?  De cynische manier waarop mannen en vrouwen in dit stuk met elkaar omgaan – het is een komedie en dus zou het goed moeten aflopen, maar het loopt af met echtparen waarvan je je afvraagt wat die in elkaar zien. Zoals op een bepaald moment de grap wordt gemaakt dat het onsmakelijk is als echtelieden met elkaar flirten, dat hoort niet.  Wat dat betreft is het natuurlijk opvallend dat de relaties tussen de mannen onderling en die

Christian Kracht. Eurotrash. Kiepenheuer & WItsch, 2020.

Afbeelding
Het postmodernisme is inmiddels helemaal geïntegreerd in het literaire leven. Iemand kan een boek schrijven over een man die dezelfde naam heeft als hijzelf en die met zijn moeder een bizarre tocht door Zwitserland maakt, iemand kan die man en zijn moeder af en toe laten verwijzen naar het debuut van de schrijver, en grapjes laten maken over de vraag of wat zij nu meemaken echt is of een verhaal, en je leest gewoon door. Kracht is een heel onderhoudende schrijver, Eurotrash  was me door verschillende mensen aangeraden en ik las het in 1 adem uit. Je geniet vooral van het vertelplezier: niet alleen het verhaal van Christian Kracht met zijn moeder (ze halen 600 000 Zwitserse frank van de bank en strooien er op een ontzettend zorgeloze manier mee om zich heen) maar ook de bizarre verhalen die Christian onderweg op gezette tijden aan zijn moeder vertelt (over twee rijke broers wier autoverzameling door hun medewerkers was vernietigd en die daarop die hele verzameling in chocola hebben late

Walter van den Berg. Schuld. Amsterdam, Das Mag, 2016.

Afbeelding
  Schuld  is een boek met bijna alleen maar mannelijke hoofdpersonen, die in hoofdmoot proberen zich zo mannelijk mogelijk te gedragen: er zijn maar weinig boeken waarin een personage alleen ok  zegt. Ze begeven zich in criminele of semicriminele milieus, ze rijden met gestolen telefoons in hun auto door nachtelijk Amsterdam. Ze zeggen dingen als kankerlul.  Slechts één van de zes hoofdpersonen is een vrouw, Sandra. En toch kun je Schuld  lezen als een boek over de verhouding tussen man en vrouw.  De titel geeft de rode draad weer in die relatie. Dat is deels een macho-houding: een belangrijk deel van de intrige is dat Sandra door haar man mishandeld wordt. Uiteindelijk kom je er als lezer – spoiler alert – achter dat zij haar man daarop doodslaat. Maar zelfs die enige daad van opstandigheid wordt haar niet gegund: een andere man, Ron, neemt de schuld voor die doodslag op zich, op voorwaarde dat ze 'er ook voor mij zal zijn' als hij terugkomt uit de bak.  Ook Rons moeder is ern

Carlo Minnaja. Introduzione alle letteratura esperanto. Parma: Athenaeum, 2019.

Afbeelding
  Dat er nu al ruim 130 jaar literatuur wordt geschreven in het Esperanto – dat mensen pogingen doen kunst te scheppen in een kunsttaal, ik geloof niet dat er mensen zijn die het weten. Als je het mij vraagt, zit er ook nog geen Divina Commedia,  geen Hamlet , en geen Madame Bovary tussen, en zelfs geen Max Havelaar. Maar het feit er zijn wel een paar interessante boeken verschenen en het feit dat die literatuur er is, is op zich interessant. Waarom besloten schrijvers te kiezen voor zo'n tal met internationale aspiraties die niet hun moedertaal was (er zijn slechts een paar moedertaalsprekers van het Esperanto, en geen van hen heeft tot nu toe literaire ambities getoond) en tegelijkertijd hun bereik verkleinde? En waar schreven ze dan over? Carlo Minnaja, een Italiaanse wiskundige uit 1940 (en zelf wel moedertaalspreker) is een groot kenner van de taal en de literatuur. Eerder schreef hij samen met zijn landgenoot Giorgio Silfer een gigantische Historio de la Esperanto Literaturo,

Barber van de Pol. Lieve Erasmus. Verkeren met een denker. Amsterdam: Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2002

Afbeelding
  Was Erasmus 'lief'? Het lijkt me niet het eerste wat in je opkomt, maar de essayiste Barber van de Pol claimde bijna twintig jaar geleden verliefd te zijn op deze denker – een wat wonderlijke stijlfiguur. Het wordt niet helemaal duidelijk wat de basis is van die verliefdheid, of dit niet gewoon een fascinatie betreft, voor inderdaad een van de belangrijkste Nederlandse schrijvers – een die eigenlijk nauwelijks gelezen wordt, afgezien van de Lof der Zotheid . Van de Pol laat in ieder geval zien dat die ongelezenheid onterecht is, dat de oude Desiderius nog steeds wat te zeggen heeft voor onze tijd. Al valt tegelijkertijd op hoe ver de tijd van haar – het begin van dit geplaagde millennium – al afstaat van deze. Ze beschrijft nog een tijd in Amsterdam die je alleen maar onbezorgd kan wonen – een groep vrienden van haar die allemaal ervan overtuigd lijken in de best mogelijke tijd te leven in een 'grote stad' (dat is een epitheton dat Van de Pol echt van toepassing verkl