Posts

Posts uit oktober, 2020 weergeven

Nachoem M. Wijnberg. Joodse gedichten Atlas Contact, 2020.

Afbeelding
Wijnbergs poëzie kenmerkt zich niet door wilde gevoelsuitbarstingen, en is in die zin niet lyrisch, maar het speelt wel met pronomina. Veel van zijn recente bundels hebben een thematische samenhang: de gedichten in   Van groot belang   gaan bijvoorbeeld over economische onderwerpen en vorig jaar verscheen   Voetbalgedichten .   Het Jodendom is (anders dan het voetbal) een terugkerend thema: eerder schreef Wijnberg een roman   De joden. Zeker in deze thematische bundels is Wijnbergs kunst  ideeënpoëzie  – allerlei ideeën en gedachten krijgen een talige vorm, zonder dat er per se uit gekozen wordt.  Joodse gedichten  gaan op die manier over het Jodendom. Van alles komt er bij aan de orde, van allerlei beroemde Joodse dichters en denkers (van Maimonides tot en met Levinas, van Mozes tot en met Jacob Israël de Haan). De Jood (of is hij wel een Jood?) die het meest genoemd wordt is de Messias. Sommige  classics  van de Joodse identiteit worden vermeden. Er zijn veel gedichten over de Joodse

Harm Ede Botje & Mischa Cohen. Mijn meningen zijn feiten. Atlas Contact, 2020.

Afbeelding
Een van de effecten van het lezen van  Mijn meningen zijn feiten. De worden van Thierry Baudet, is dat je vanzelf een zekere weerzin krijgt tegen Nederland en zijn zogeheten 'elites'. Hoe is het mogelijk dat zo'n blaaskaak, iemand die met zó weinig talent op welk gebied dan ook, heeft kunnen promoveren, een column in NRC heeft kunnen schrijven, twee romans heeft kunnen publiceren, gast is geweest in allerlei praatprogramma's, en serieus is (erger nog: wordt) genomen als politicus?  Het antwoord dat steeds weer gegeven lijkt is: we dachten wat een leuke, originele jongen, die allemaal dingen zegt die leuke, originele jongens niet vaak zeggen. Het antwoord is steeds: hij is een knappe jongen met een vlotte babbel. En uitgever Mai Spijkers is de enige die het in dit boek hardop zegt: 'het is ook handel', men dacht aan hem te kunnen verdienen. Hij was een rijzende ster omdat hij een rijzende ster was en iedereen bang was deze trein te missen. Het typische verhaal va

Rob van Essen. De goede zoon. Atlas Contact, 2018.

Afbeelding
  Wie wil zien hoe slecht recensenten lezen, zou eerst De goede zoon  van Rob van Essen kunnen lezen, en dan een paar recensies van dat boek. Vraag niet waarom ik dat laatste gedaan heb, maar ik heb het nu gedaan. Toegegeven, De goede zoon  is vanaf de eerste zin een literaire achtbaan waarvan je het avontuur achteraf vrij lastig kunt navertellen. Tegelijkertijd is het nu ook weer niet een heel moeilijk boek, zo een waar je voortdurend Van Dale en een handboek close reading bij moet hebben. Het is vooral een boek waarvan je zou willen dat je het zelf geschreven had, niet omdat het een prijs heeft gekregen, maar omdat de schrijver overduidelijk zoveel plezier heeft gehad bij het schrijven van het boek. En plezier, niet alleen omdat het nu per se af en toe allemaal zo grappig is – al is het bij vlagen heel grappig, van de allereerste scene waarin de verteller annex hoofdpersoon in de Albert Heijn ruzie krijgt met iemand achter hem in de rij die haar boodschappen te dicht bij de zijne leg

Anne Weber. Annette, ein Heldinnenepos. Matthes & Seitz, 2020

Afbeelding
 Een epos, geschreven in 2020! En wel een heldinnen- epos, waarin het verhaal van een heel oude heldin (ze inmiddels ver in de negentig) wordt beschreven: Anne Beaumanoir, een vrouw die haar leven in het teken heeft gesteld van de strijd voor gerechtigheid. In de oorlog had ze in het communistisch verzet in Frankrijk gekregen, en toen ze uit de oorlog kwam, ontdekte ze binnen een paar jaar dat de communistische partij nu ook niet het toonbeeld van rechtvaardigheid was én dat het land waarvoor ze verzet had gepleegd ondertussen zelf begonnen was een volk te onderdrukken – de Algerijnen. De strijd die 'Annette' daar voerde, maakte haar in Franse ogen een terrorist, waardoor ze lang buiten de grenzen van haar vaderland heeft moeten verkeren. Jaren die ze onder andere besteedde in de gezondheidszorg voor zeer behoeftigen. Het is al ongebruikelijk dat in de literatuur de wederwaardigheden worden beschreven van iemand die zozeer geneigd is geweest altijd aan de verkeerde kant te staa

Erwin Mortier. Precieuze mechanieken. De Bezige Bij, 2020

Afbeelding
  Er is geen betere vorm om iemand aan te spreken dan in poëzie. Vandaar dat mensen gedichten schrijven als ze verliefd zijn of als het Sinterklaas is. Gedichten hebben altijd een aangesproken persoon, heel vaak expliciet, en soms impliciet. Belangrijk daarbij: de aangesproken persoon is daarbij niet noodzakelijkerwijs de lezer ('o oude eik'), je zou zelfs kunnen zeggen dat het zo toevallig is als die twee wel samenvallen, dat je net zo goed kunt zeggen dat het helemaal de bedoeling niet is. Gedichten willen misschien gelezen worden, maar niet door degene tot wie ze zich richten. Het is een van de paradoxen waarmee Erwin Mortier speelt in zijn fenomenale nieuwe bundel Precieuze mechanieken.  Het allereerste woord, nee, de allereerste regel van de bundel is: Ma, De lezer van Mortier – of van de achterflap van Precieuze mechanieken – weet dan allang dat de moeder van de dichter dood is, en anders wordt dat al snel duidelijk. Een groot deel van de bundel is rechtstreeks aan de moe

Barry Smit. De zaak-Mulder. Lebowski, 2020

Afbeelding
  De schrijver waarschuwt de lezer aan het begin van De zaak-Mulder:  dit verhaal is fictie. Tegelijkertijd is het op allerlei manieren duidelijk gedocumenteerd, dat blijkt al uit het omslag van het boek. De feiten – althans de feiten over de moord – kloppen. Wat me vooral verzonnen lijkt is wat de mensen zoal zeggen, en dan vooral wat ze zeggen in de rechtszaak. De zaak-Mulder  is dan ook geloof ik niet zozeer fictie op basis van feiten, maar een roman over fictie op basis van feiten. Ook weer op het omslag staan die feiten eigenlijk al: "Op een winteravond in 1937 rijdt een auto het kanaal in. Drie gezinsleden overleven het niet." Die drie gezinsleden zijn drie van de kinderen. Een kindje overleeft het wel, net als de vader en de moeder. Het lijkt een ongeluk, maar op een bepaald moment ontstaat er twijfel aan die verhaal. Wilde de vader niet op deze manier zijn gezin om het leven brengen om een relatie te beginnen met een andere vrouw? Wie ooit naar een aantal knappe sprek

Petra de Koning. Mark Rutte. Brooklyn, 2020

Afbeelding
  Misschien hebben biografieën altijd iets geheimzinnigs. Uiteindelijk kun je nooit echt begrijpen wat iemand drijft, waarom iemand doet wat-ie doet. Dat geldt misschien in nog sterkere mate voor politici, en het allermeest voor nog levende politici, want bij niemand is het belang om zich op een bepaalde manier te presenteren zo groot als bij hen. Mark Rutte is al geruime tijd premier van Nederland, en als de voortekenen niet bedriegen is de kans groot dat hij de langst zittende premier wordt, ooit. Maar waarom? Hij wil het graag, hij kan het volgens bepaalde maatstaven goed – neem de maatstaf dat je van alles en nog wat politiek overleeft –, maar waarom wil hij het graag? En zelfs: hoe lukt hem dat zo goed? Het zijn vragen die je wel kunt stellen en waarop je wel een antwoord kunt formuleren, maar echt tot de kern doordingen lukt je niet. Mark Rutte is bijvoorbeeld tegelijkertijd een combinatie van een jongen die met iedereen kan praten, altijd een arm om iemand heen wil slaan, én van

Michael J. Sandel. The Tyranny of Merit. What Has Become of the Common Good. Penguin Books, 2020.

Afbeelding
  Eén manier om de verkiezing van Trump, Brexit en een aantal aanverwante politieke gebeurtenissen van een paar jaar geleden te verklaren is: de politieke elite heeft zich de afgelopen decennia zo weinig aangetrokken van een belangrijke groep ('lager opgeleide') kiezers, dat deze uiteindelijk in opstand gekomen is. De Amerikaanse politicoloog Michael J. Sandel heeft nu een heel boek geschreven om dit te demonstreren. In de afgelopen decennia is de samenleving steeds meer belang gaan hechten aan universitaire diploma's, je komt alleen nog aan een goede baan met een goed diploma, en hoe beter het diploma hoe beter de baan.  Afkomst en geslacht doen er daarbij steeds minder toe, en dat betekent een zekere democratisering van het privilege (al laat Sandel ook zien dat er ook wat dat betreft nog veel te wensen is), maar in sommige opzichten is opgroeien in een meritocratische samenleving ook juist minder  prettig dan in een aristocratische. Je hebt het altijd aan jezelf te wijte