Michael J. Sandel. The Tyranny of Merit. What Has Become of the Common Good. Penguin Books, 2020.

 



Eén manier om de verkiezing van Trump, Brexit en een aantal aanverwante politieke gebeurtenissen van een paar jaar geleden te verklaren is: de politieke elite heeft zich de afgelopen decennia zo weinig aangetrokken van een belangrijke groep ('lager opgeleide') kiezers, dat deze uiteindelijk in opstand gekomen is.

De Amerikaanse politicoloog Michael J. Sandel heeft nu een heel boek geschreven om dit te demonstreren. In de afgelopen decennia is de samenleving steeds meer belang gaan hechten aan universitaire diploma's, je komt alleen nog aan een goede baan met een goed diploma, en hoe beter het diploma hoe beter de baan. 

Afkomst en geslacht doen er daarbij steeds minder toe, en dat betekent een zekere democratisering van het privilege (al laat Sandel ook zien dat er ook wat dat betreft nog veel te wensen is), maar in sommige opzichten is opgroeien in een meritocratische samenleving ook juist minder prettig dan in een aristocratische. Je hebt het altijd aan jezelf te wijten als je niet hoog opklimt, of dat is in ieder geval de suggestie. Terwijl talent of zelfs het vermogen om heel hard te werken ook vrij willekeurig over de mensheid verspreid zijn en in die zin geen aanleiding voor trots, laat staan tot de hoogmoed waar meritocratie onherroepelijk toe leidt. 

Degenen die het beter getroffen hebben moeten zichzelf wel wijs maken dat ze dat verdiend hebben. En wanneer zij dat verdiend hebben, betekent het dat de anderen het niet verdiend hebben.

Het verhaal is natuurlijk al vaker verteld. Sandel heeft er een naam aan gegeven en een groot aantal feiten bij elkaar gebracht, voor het overgrote deel uit de Amerikaanse samenleving. Zo laat hij zien dat de opkomst van de technocratie, zoals bij Obama, ook iets met die meritocratie te maken moet hebben. Geen president benoemde een voorgestelde maatregel zo vaak als smart als Obama – het ging er vaak niet om of het wijs was of rechtvaardig, maar of het slim was, als of het geen politieke beslissing was.

Toch valt het boek nogal tegen. Het is nogal oppervlakkig én het biedt eigenlijk geen duidelijk alternatief.

Een van de aspecten die het oppervlakkig maken is dat Sandel eigenlijk de hele hiërarchie niet ter discussie lijkt te stellen. Op zich is het waar, lijkt hij soms te zeggen, dat een opleiding aan een Ivy League-instelling het hoogst haalbare is, maar de mensen die zo'n opleiding hebben hoeven daarom niet zo vreselijk veel geld te verdienen en zouden in het algemeen ook wel wat nederiger mogen zijn tegenover mensen die niet zo gelukkig zijn. Die laatsten zijn eigenlijk een vrij amorfe massa in The Tyranny of Merit.

Terwijl je natuurlijk ook zou kunnen zeggen: een meritocratie is wel degelijk een goed idee, inclusief een hogere beloning voor degenen die zich echt inspannen. Alleen moet dat hele idee van merit dan op een andere manier gedefinieerd worden: de mensen die het zware en het vuile werk doen, die zijn eigenlijk meer waard en zouden dus meer moeten verdienen. 

Veel mensen met een hogere opleiding doen volkomen onzinnig en nagenoeg nutteloos werk, waarvoor ze wel bakken geld mee naar huis nemen én die hun het gevoel geeft boven verpleegsters en vuilnismannen te staan, dát is het probleem.

Naar bullshit jobs verwijst Sandel niet, zoals hij ook niet verwijst naar het idee dat je onder andere vindt bij Alessandro Barrico dat door internet de elite veel gemakkelijker op de vingers te kijken is, en daardoor in rap tempo aan gezag verliest. Ook dat wijst natuurlijk in dezelfde richting: het idee van 'hiërarchie' is misschien niet verkeerd, maar we hebben onze hiërarchie totaal verkeerd georganiseerd (en de afstanden tussen de verschillende treden zijn veel te groot.)

Een alternatief biedt Sandel helaas niet, dat had misschien ook wat meer duidelijkheid kunnen scheppen over wat hij nu precies denkt. Hij geeft op zeker moment een overzicht dat laat zien hoe enkele decennia geleden er veel meer lager opgeleiden zaten in regeringen van allerlei westerse landen dan nu. 

Maar je kunt tegelijkertijd inmiddels geloof ik wel zeggen dat de politieke opstand van 2016, voor zover die inderdaad tot dit alles te herleiden is, nu toch ook niet echt tot een gigantisch succes heeft geleid. Daar zit het alternatief dus niet.

Ja, wat meer gelijkheid, daar gaat het geloof ik uiteindeijk om, wat minder absurde inkomens- en vermogensverschillen. Maar heeft dat nu echt iets met meritocratie te maken?



Reacties

Populaire posts van deze blog

Harm Ede Botje & Mischa Cohen. Mijn meningen zijn feiten. Atlas Contact, 2020.

Barry Smit. De zaak-Mulder. Lebowski, 2020