Petra de Koning. Mark Rutte. Brooklyn, 2020

 


Misschien hebben biografieën altijd iets geheimzinnigs. Uiteindelijk kun je nooit echt begrijpen wat iemand drijft, waarom iemand doet wat-ie doet. Dat geldt misschien in nog sterkere mate voor politici, en het allermeest voor nog levende politici, want bij niemand is het belang om zich op een bepaalde manier te presenteren zo groot als bij hen.

Mark Rutte is al geruime tijd premier van Nederland, en als de voortekenen niet bedriegen is de kans groot dat hij de langst zittende premier wordt, ooit. Maar waarom? Hij wil het graag, hij kan het volgens bepaalde maatstaven goed – neem de maatstaf dat je van alles en nog wat politiek overleeft –, maar waarom wil hij het graag? En zelfs: hoe lukt hem dat zo goed? Het zijn vragen die je wel kunt stellen en waarop je wel een antwoord kunt formuleren, maar echt tot de kern doordingen lukt je niet.

Mark Rutte is bijvoorbeeld tegelijkertijd een combinatie van een jongen die met iedereen kan praten, altijd een arm om iemand heen wil slaan, én van iemand die nooit iemand in zijn huis toelaat, daar zelfs kennelijk niet eens een koffiezetapparaat heeft staan en die na bijeenkomsten niet aan de bar blijft hangen. 

Dat kan dus kennelijk samengaan, in een mens, twee van die extremen.

Het maakt het werk van een biograaf misschien wel gemakkelijker, want alles wijst erop dat zijn privé-leven er ook eigenlijk echt niet toe doet. Of hij nu 's avonds in zijn huis sereen met een hoofdtelefoon naar klassieke muziek luistert, of daar stampvoetend loopt te foeteren op Gert-Jan Segers, we komen het niet te weten,  maar er is ook geen reden om te denken dat het veel verschil maakt. De volgende dag zal hij toch weer mensen op de schouder slaan.

Over dat politieke leven worden inmiddels wel een aantal zaken duidelijker, vind ik. Een van de problemen van regeren met Rutte is dat je er als coalitiepartner altijd voor lijkt te worden gestraft. Partijen nemen ook vaak dossiers in zo'n regering aan waardoor ze ervoor worden gestraft – laat D66 bezuinigingen op het onderwijs voor zijn rekening nemen. Uit Mark Rutte wordt wel duidelijker hoe Mark Rutte dat voor elkaar krijgt: waarschijnlijk niet eens met kwade opzet, maar door een soort aanstekelijk optimisme, een gevoel dat we ook maar niet moeilijk moeten doen, kom op. Terwijl, zo laat De Koning zien, hij uiteindelijk altijd wel net wat meer gevoel heeft voor de onverzettelijkheid van VVD-standpunten.

Het boek verschijnt natuurlijk op een vreemd moment, zoals alle boeken, nu. De premier wordt geconfronteerd met een van de grootste en onduidelijkste crises in de parlementaire geschiedenis. Niemand weet wat je precies moet doen, niemand weet wat ons nog staat te wachten, en er is niet eens een zichtbare tegenstander, alleen zo'n virus. 



Reacties

Populaire posts van deze blog

Philippa Perry. Het boek waarvan je wilde dat je ouders het gelezen hadden (en je kinderen blij zijn dat jij het doet). Balans, 2019.

Christiaan Weijts. Furore. De Arbeiderspers, 2020.

Barry Smit. De zaak-Mulder. Lebowski, 2020