Rob van Essen. De goede zoon. Atlas Contact, 2018.

 


Wie wil zien hoe slecht recensenten lezen, zou eerst De goede zoon van Rob van Essen kunnen lezen, en dan een paar recensies van dat boek. Vraag niet waarom ik dat laatste gedaan heb, maar ik heb het nu gedaan.

Toegegeven, De goede zoon is vanaf de eerste zin een literaire achtbaan waarvan je het avontuur achteraf vrij lastig kunt navertellen. Tegelijkertijd is het nu ook weer niet een heel moeilijk boek, zo een waar je voortdurend Van Dale en een handboek close reading bij moet hebben. Het is vooral een boek waarvan je zou willen dat je het zelf geschreven had, niet omdat het een prijs heeft gekregen, maar omdat de schrijver overduidelijk zoveel plezier heeft gehad bij het schrijven van het boek. En plezier, niet alleen omdat het nu per se af en toe allemaal zo grappig is – al is het bij vlagen heel grappig, van de allereerste scene waarin de verteller annex hoofdpersoon in de Albert Heijn ruzie krijgt met iemand achter hem in de rij die haar boodschappen te dicht bij de zijne legt tot en met de scene waarin de hoofdpersoon zijn zelfrijdende auto ontmaagdt – want er zitten ook juist heel mooie scenes in. 

De kern daarvan is de verhouding die de man twintig jaar heeft gehad met zijn almaar verder in de dementie wegzakkende moeder. 

Maar nu de recensenten! Die zien de scenes met de zelfrijdende auto's en hotelrobots en de indicaties dat het basisinkomen is ingevoerd als aanwijzingen dat het boek zich in de 'nabije toekomst' afspeelt. Terwijl je zo ongeveer tot op de dag kunt uitrekenen dat het zich in het heden moet afspelen (gebeurtenissen waarvan de hoofdpersoon zegt dat hij ze veertig jaar geleden heeft meegemaakt speelden zich af in de late jaren zeventig). Bovendien vertelt de verteller op een zeker moment in dit boek dat hij om veiligheidsredenen net zal doen of hij een science-fictionboek schrijft. 

Al die toekomstelementen zijn dus verzonnen door de verteller en niet door de schrijver. Nou ja, ook wel door de schrijver, want die heeft de verteller verzonnen, maar je kunt niet net doen alsof dit de verteller écht is overkomen. Dus alsof het zich in de 'nabije toekomst' afspeelt.

We hebben daarmee precies een belangrijk deel van de thematiek te pakken: de verwarring in tijden, de verwarring in wat er nu wel of niet echt gebeurd is, de betrouwbaarheid van herinneringen. Kortom, op een heel ingewikkelde manier lijkt dit een manier te zijn om je in te leven in de dementie, een manier waarop de verteller (en wie weet, de schrijver) zich inleeft in de dementie van zijn overleden moeder.

Met dan weer dit verschil dat het verhaal van De goede zoon allengs steeds meer nachtmerrie-achtiger (en tegelijkertijd burlesker) vormen lijkt aan te nemen, terwijl de moeder juist steeds serener werd naarmate haar dementie vorderde, omdat ze niet meer bang hoefde te zijn voor de dood, omdat ze voor niemand hoefde te zorgen.

Ik heb De goede zoon in 2018 gelezen, maar toen hield ik tijdelijk dit leesdagboek niet bij. Ik heb het nu goedgemaakt omdat ik die recensies nu heb gelezen. Maar daarvoor heb ik Van Essens boek niet opnieuw gelezen – ik schrijf hier dus over hoe dat boek in mijn geheugen zit, maar dat leek me wel zo passend.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Philippa Perry. Het boek waarvan je wilde dat je ouders het gelezen hadden (en je kinderen blij zijn dat jij het doet). Balans, 2019.

Christiaan Weijts. Furore. De Arbeiderspers, 2020.

Barry Smit. De zaak-Mulder. Lebowski, 2020