23.8.01

[P] Jan den Hartog, Hollands Glorie. Ik had dit boek voor 1 gulden (zesde druk, 1940) gekocht op de antiquarenmarkt op het Lange Voorhout en van elke bladzijde gesmuld. Een boek over een zeeman aan het begin van de twintigste eeuw, een man die liever niet veel praat, niet veel leest (behalve een zeventiende-eeuwse avonturenroman), voor wie het meestal verkeerd afloopt als hij wat zegt. Maar wat een geweldig boek! Zeker van de eerste 350 (van de 430) bladzijden heb ik gesmuld van die prachtige, rijke taal (heel wat woorden uit de zeesleepvaart geleerd, maar ook woorden als stront en goddome gebruikte die De Hartog gewoon in een gedrukt boek!), de portretjes (die ruwe kapitein Sjemonow! of Conny Stuwe, de verloofde van Nol Kwel!)

Na die 350 bladzijden trad er wel een beetje gewenning in, of althans begon het patroon van het boek (Jan Wandelaar probeert het bijna onmogelijke en mislukt daarin, nee, het lukt toch, hij glorieert, maar dan komt hij aan de wal en maakt hij met zijn gebrek aan tact weer grote brokken, maar dan probeert hij het onmogelijke en mislukt daarin, nee,....) een beetje tegen te staan. Maar toen was het dan ook bijna afgelopen, en had de schrijver nog een tamelijk verrassend einde in petto, althans voor mij.

Er zijn in het Nederlands veel te weinig boeken die goed geschreven zijn zonder dat ze tot de literatuur willen behoren. Waaraan het ligt weet ik niet, het taalgebied is misschien te klein, de status van schrijvers is misschien te groot of juist te klein, maar in ieder geval lijkt het wel alsof iedereen die twee redelijke zinnen achter elkaar kan zetten in ons taalgebied meteen ook een Dichter of een Schrijver is van prachtige literatuur. Daarom zijn er veel te weinig mooi geschreven journalistieke verhalen, en te weinig goede niet-literaire romans. Dat alles natuurlijk vooral in vergelijking met het angelsaksische taalgebied.

Ik heb er enorm van genoten. Dat het me maar een gulden gekost heeft, speelt natuurlijk ook een rol: ik las het boek vooral in de trein en dacht dan soms gniffelend aan de waardeloze tijdschriften die ik intussen ook voor veel meer geld had kunnen zitten doorbladeren.

Geen opmerkingen: