Doorgaan naar hoofdcontent
[P] Jan den Hartog, Hollands Glorie. Ik had dit boek voor 1 gulden (zesde druk, 1940) gekocht op de antiquarenmarkt op het Lange Voorhout en van elke bladzijde gesmuld. Een boek over een zeeman aan het begin van de twintigste eeuw, een man die liever niet veel praat, niet veel leest (behalve een zeventiende-eeuwse avonturenroman), voor wie het meestal verkeerd afloopt als hij wat zegt. Maar wat een geweldig boek! Zeker van de eerste 350 (van de 430) bladzijden heb ik gesmuld van die prachtige, rijke taal (heel wat woorden uit de zeesleepvaart geleerd, maar ook woorden als stront en goddome gebruikte die De Hartog gewoon in een gedrukt boek!), de portretjes (die ruwe kapitein Sjemonow! of Conny Stuwe, de verloofde van Nol Kwel!)

Na die 350 bladzijden trad er wel een beetje gewenning in, of althans begon het patroon van het boek (Jan Wandelaar probeert het bijna onmogelijke en mislukt daarin, nee, het lukt toch, hij glorieert, maar dan komt hij aan de wal en maakt hij met zijn gebrek aan tact weer grote brokken, maar dan probeert hij het onmogelijke en mislukt daarin, nee,....) een beetje tegen te staan. Maar toen was het dan ook bijna afgelopen, en had de schrijver nog een tamelijk verrassend einde in petto, althans voor mij.

Er zijn in het Nederlands veel te weinig boeken die goed geschreven zijn zonder dat ze tot de literatuur willen behoren. Waaraan het ligt weet ik niet, het taalgebied is misschien te klein, de status van schrijvers is misschien te groot of juist te klein, maar in ieder geval lijkt het wel alsof iedereen die twee redelijke zinnen achter elkaar kan zetten in ons taalgebied meteen ook een Dichter of een Schrijver is van prachtige literatuur. Daarom zijn er veel te weinig mooi geschreven journalistieke verhalen, en te weinig goede niet-literaire romans. Dat alles natuurlijk vooral in vergelijking met het angelsaksische taalgebied.

Ik heb er enorm van genoten. Dat het me maar een gulden gekost heeft, speelt natuurlijk ook een rol: ik las het boek vooral in de trein en dacht dan soms gniffelend aan de waardeloze tijdschriften die ik intussen ook voor veel meer geld had kunnen zitten doorbladeren.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…