11.9.01

{P} Deel X van de Volledige werken van Multatuli bevat - onder andere - de brieven die Douwes Dekker schreef aan zijn vrouw terwijl hij bezig was met de Max Havelaar. Ontroerend hoe trots hij was op zijn schrijfsels:
Het is vrolijk, koddig, men zal hoop ik lagchen, en dan stuit men op eens op eene passage die zeer ernstig is.(...)Gij kunt aan Jan zeggen dat ik een boek schrijf, een roman of zoo iets de titel zal waarschijnlijk zijn: "de koffijveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappij." Ik ben zeker dat je dien titel heel gek vindt, en niet geschikt om aan lezers van een leesgezelschap te bevallen. Maar als men het leest ziet men dat die titel een satire is.

Ook grappig zijn zijn verklaringen voor de nieuwe naam Multatuli. Aan zakelijke partners schrijft hij dat hij die naam kiest als auteur van zijn komedie De bruid daarboven omdat hij later misschien een nette betrekking wil en men een dergelijke betrekking vast niet geeft aan iemand die een komedie geschreven heeft. Maar aan Tine schrijft hij daarbij dat die naam zo lekker vreemd is en daarom vast zal blijven hangen. Douwes Dekker was op zijn manier ook een zakenman.

Het plezier dat het lezen van dit soort teksten geeft is trouwens niet zozeer dat je nou zo nodig alles wil weten over de schrijver van de Max Havelaar, maar meer dat die brieven zelf ook alweer zo prachtig geschreven zijn.

Geen opmerkingen: