26.2.02

{P} Anna Enquist. Het geheim. De Arbeiderspers. Ik heb geloof ik wel eens een stuk gelezen waarin de eerste zin van dit boek belachelijk werd gemaakt. Maar als die eerste zin er niet was geweest, had ik dit een waardeloos boek gevonden, want na de eerste alinea stort het boek helemaal in. Die eerste alinea gaat zo:
De vleugel hing in de lucht en tekende zich als een geblakerde karbonade af tegen de besneeuwde bergtoppen. Tussen het zwartgelakte hout en de kabels die het instrument omklemden, was een grijze deken geschoven. De gele hijskraan torende als een eenarmige, stijve reus boven het huis uit en begon langzaam zijn last neer te laten. Vlak boven het balkon bleef de piano zweven en bewoog zachtjes heen en weer. De kabels kraakten licht, het elektrische hefwerktuig zoemde en de zon brandde.

Ik houd van de dichteres Anna Enquist, en zal ze schrijft zoals in deze eerste alinea, zou ze prachtige romans kunnen schrijven. Maar tot mijn verdriet wordt het hierna al snel gezeur van iemand die op het gymnasium heeft gezeten en mooi piano kan spelen maar toch een groot Verdriet in zich meedraagt vanwege de Oorlog. En dat alles helaas juist in een kinderachtige stijl, met veel te korte zinnen. Ik heb het boek niet uitgelezen, maar wel een cd-tje gekocht, waarin Enquist een paar fragmenten uit het boek voorleest en Ivo Janssen verder op de piano van alles laat horen dat kennelijk in de roman genoemd wordt.

Geen opmerkingen: