Doorgaan naar hoofdcontent
{P} Barber van de Pol. Lieve Erasmus. Verkeren met een denker. Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2002. Dit boek wil een liefdesverklaring zijn, van de schrijfster aan haar onderwerp, maar ik weet niet of er iemand blij zou zijn met een dergelijke liefdesverklaring. Het boek gaat meer over mevrouw Van de Pol dan over Erasmus. Waarom ze nu precies zoveel van Desiderius E. houdt, blijft onduidelijk, ja omdat hij zo mooi schrijft, hoewel soms ook wel een beetje saai. Over zijn stijl leer je verder bijna niks, ze probeert hem voor zover ik kan zien nergens te vertalen, er staan geen lyrische passages in over de vraag hoe hij de dingen zegt. (Alleen over Lof der Zotheid gaat het wat dat betreft op een paar plaatsen in meer detail: dat het boek misschien beter Zotheids Lof kon heten, of wie weet, Dwaasheids Lof) Je gaat bijna een beetje gemeen denken dat het een opgelegde liefde is, een vormpje. Over een verondersteld liefdesgedicht schrijft Van de Pol zelf (blz. 67):
Je kunt uw gedicht ook minder beladen lezen. (...) Zelfs Quevedo, een Spanjaard van die tijd, die heel veel lelijks heeft opgeschreven over de koppelneigingen en verdoezelende poedertjes van de vrouw, kortom een vrouwenhater, richtte smachtende sonnetten aan een, of liever dé vrouw. Pure retoriek dus.

Je moet dit boek dus misschien ook wel zien als 'pure' retoriek, en eerder lezen als een persoonlijk essay van een vrouw uit het begin van de eenentwintigste eeuw dan als een boek over een denker uit de zestiende. Als zodanig is het best de moeite waard, je krijgt een inkijkje in Amsterdamse kringen, waar men denkt dat Amsterdam een grote stad is, waar men altijd maar op zoek is naar een geliefde, waar men denkt dat de vrouwenemancipatie bij 'ons' voltooid is, maar elders nog ernstig achterblijft. Ik zal me niet veel van dit boek blijven herinneren, maar ik heb me er een paar uur mee geamuseerd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …