Doorgaan naar hoofdcontent
{P} Douglas Adams. The Ultimate Hitchhiker’s Guide. New York, Wings books, 1996. Hiervan gelezen: The hitchhiker’s guide to the galaxy, The restaurant at the end of the universe, The life, the universe and everything. Wat vond ik dit grappig toen ik zeventien jaar was, en wat was ik erop voorbereid dat dit nu een teleurstelling zou worden. Een teleurstelling werd het niet, al hoefde ik er niet om te lachen, en zag ik nu inderdaad ook meer tekortkomingen: het feit dat het verhaal maar doelloos heen en weer gaat, dat je eigenlijk net zo goed op elk willekeurig moment kunt ophouden met lezen, omdat er niet veel is wat nog moet worden afgewikkeld. Maar je wordt op een bepaalde manier toch ook wel vrolijk van het onbekommerde absurdisme van de verhalen - alles mag, als de 'helden' gered moeten worden, gaat het ruimtevaartschip waar ze in zetten gewoon even in de Improbability Drive. De mengeling van dat absurde met luchthartige belangstelling voor filosofische vraagstukken - wat is de zin van het bestaan? waar zullen we gaan lunchen - en de onbegrijpelijkheid van het universum doet af en toe denken aan Monty Python, dat zal iedereen wel vinden die er iets over schrijft. Er komt een machine in het boek voor, een martelwerktuig dat eruit bestaat dat je de grootte van het universum wordt onthuld en de nietigheid van je eigen aandeel in dat universum. Wie die ervaring heeft, verliest zijn verstand. Behalve Zaphod Beeblebrox, die zelfverzekerder wordt. Maar die stapt dan ook in de machine in een speciaal voor hem gecreëerd droomuniversum, waarin hij inderdaad ontzettend belangrijk is: de wereld is immers voor hem gemaakt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …