Doorgaan naar hoofdcontent
{P} Frans de Waal. The ape and the sushi master. London, Penguin Books, 2002 (2001). Een studie over de vraag of dieren (met name mensapen) ook cultuur hebben. Ik had nog nooit iets van De Waal gelezen, maar ik weet niet zeker of dit nu wel zijn beste boek is. Voor een belangrijk deel gaat het namelijk helemaal niet over de vraag of dieren ook cultuur hebben, maar over allerlei wetenschapsinterne kwesties, over behavioristen die de voorkant van een bonobo nog niet van de achterkant kunnen onderscheiden, over het Amerikaanse puritanisme dat volgens De Waal te ver is doorgeschoten, over het feit dat iemand die nooit het veld ingaat niks mag zeggen, enz. Op zich interesseren veel van die kwesties me nog wel, maar je kunt je afvragen of het wel allemaal in één boek moet. Het probleem was misschien dat het eigenlijke onderwerp in een bladzijde of honderd kon worden behandeld. De meest overtuigende voorbeelden van cultuur hebben te maken met de behandeling van eten door apen. Nadat je daar de meest spectaculaire voorbeelden hebt gezien - Japanse aapjes die van elkaar leren om aardappels in zout water te wassen, apen in het oerwoud die een steen als aambeeld gebruiken en een andere steen als hamer om noten open te slaan - weet je het misschien wel.


Toch is het alles bij elkaar wel interessant, vanwege de vlekkeloze en vlotte stijl en vooral misschien wel van wege de wetenschapsinterne kwesties. Het blijkt dat het debat over de vraag hebben dieren cultuur vooral een debat is over de definitie van het begrip cultuur. Als je zegt: een cultuur kan alleen bestaan bij de gratie van taal, symbolische handelingen, enz., dan hebben dieren geen cultuur. Als je zegt: cultuur is het geheel van gedragspatronen van een bepaalde groep die niet genetisch worden doorgegeven, dan hebben dieren ook een cultuur. Toch lijkt me na lezing dat de laatste, biologische, definitie van De Waal inderdaad interessanter is dan die van zijn tegenstanders. Maar dat is dan weer voor mij zo oncontroversieel (terwijl ik toch nooit echt over de kwestie heb nagedacht) dat de al te uitgebreide verdediging ervan, zeker in het begin van het boek, van mij niet hoeft.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…