23.4.02

{P} Frans de Waal. The ape and the sushi master. London, Penguin Books, 2002 (2001). Een studie over de vraag of dieren (met name mensapen) ook cultuur hebben. Ik had nog nooit iets van De Waal gelezen, maar ik weet niet zeker of dit nu wel zijn beste boek is. Voor een belangrijk deel gaat het namelijk helemaal niet over de vraag of dieren ook cultuur hebben, maar over allerlei wetenschapsinterne kwesties, over behavioristen die de voorkant van een bonobo nog niet van de achterkant kunnen onderscheiden, over het Amerikaanse puritanisme dat volgens De Waal te ver is doorgeschoten, over het feit dat iemand die nooit het veld ingaat niks mag zeggen, enz. Op zich interesseren veel van die kwesties me nog wel, maar je kunt je afvragen of het wel allemaal in één boek moet. Het probleem was misschien dat het eigenlijke onderwerp in een bladzijde of honderd kon worden behandeld. De meest overtuigende voorbeelden van cultuur hebben te maken met de behandeling van eten door apen. Nadat je daar de meest spectaculaire voorbeelden hebt gezien - Japanse aapjes die van elkaar leren om aardappels in zout water te wassen, apen in het oerwoud die een steen als aambeeld gebruiken en een andere steen als hamer om noten open te slaan - weet je het misschien wel.


Toch is het alles bij elkaar wel interessant, vanwege de vlekkeloze en vlotte stijl en vooral misschien wel van wege de wetenschapsinterne kwesties. Het blijkt dat het debat over de vraag hebben dieren cultuur vooral een debat is over de definitie van het begrip cultuur. Als je zegt: een cultuur kan alleen bestaan bij de gratie van taal, symbolische handelingen, enz., dan hebben dieren geen cultuur. Als je zegt: cultuur is het geheel van gedragspatronen van een bepaalde groep die niet genetisch worden doorgegeven, dan hebben dieren ook een cultuur. Toch lijkt me na lezing dat de laatste, biologische, definitie van De Waal inderdaad interessanter is dan die van zijn tegenstanders. Maar dat is dan weer voor mij zo oncontroversieel (terwijl ik toch nooit echt over de kwestie heb nagedacht) dat de al te uitgebreide verdediging ervan, zeker in het begin van het boek, van mij niet hoeft.

Geen opmerkingen: