Doorgaan naar hoofdcontent
{P} Gonçalo Neves. Nia justifiko. Esayo pri la existo-yuro di Ido Editerio Sudo; Lisboa, 2002. Estas interese ke pli-malpli konata Esperanta poeto/verkisto transiras al Ido en la komenco de la 21a jarcento. Kial li faris tion?
"Se oni volas sincera opiniono," diras Neves, "tote ne valoras la peno lernar Ido pro lua nuna movemento (qua es tre mikra) e mem ne pro lua tilnuna literaturo (qua es tre magra), ma nur pro la grandega estetikal plezuro quan grantas la linguo, e pro l'espero ke ultempe tre valoroza skripteri deskovros la beleso ed avantaji di Ido ed uzos ol kom potenta instrumento di kulturo."

Bedaurinde, la Nevesa eseo krome ne estas tre informa pri liaj motivoj. Ghi traktas chefe la historion de Ido, kelkajn konatajn diferencojn inter Ido kaj Eo (la akuzativo! la akcento en 'familio'!), k.t.p., sed li mem konfesas ke tiuj ja ne estas liaj chefaj kialoj por transiri al la alia lingvo. Sed tre interesa estas lia ekamo, ekamego al la nova lingvo, esprimita jene:

"Tote ne jenas men ke la quanto de lekteri diminutis e la chanci di aparigo stuntesis kande me transiris de Esperanto ad Ido. Me skriptas nur pro propra plezuro."

Sed li ne provas vere komprenigi kie lau li kushas tiu 'beleso' de Ido.

Fakte, en tiu chi eseo la autoro ankorau chiam shajnas celi ghuste esperantistan legantaron. Kaj oni konfesu tuj ke la Ido de Neves ne estas malfacile komprenebla por (okcidenta) Esperantisto. Kvazau legi la afrikansan por nederlandlingvano.

Kaj mia hereza penso, legante tiun chi eseon, estas: kial ne simple rekoni Idon kiel dialekton de Esperanto, ech se nur por literaturaj efikoj? Ekzemple, Neves trovas mankon de Ido ke en tiu lingvo "on ne darfas uzar l'afixi kom vorti autonoma, quale en Esperanto (ajho, ulo, ano, eco, eyo) (...) Por dicar 'ajho' Ido posedas la tre oportuna vorto 'kozo', ma ol indijas exemple vorto kun senco tam laxa ed ampla kam 'eyo'." Mia demando: kial ne uzi 'eyo'-n (kiel 'pruntitan' vorton)?
Inverse, se oni ne shatas la konsonantkombinon 'shpr', kial ne ekuzi 'sprici' au ech 'spricar'?
Ghenerale, mi kelkfoje pensas ke estas eble tro da normoj en la Esperanto- kaj Ido-movadoj. Efektive, se oni havas gravan anoncon por la tuta homaro, kaj estus nedemokrate eldiri ghin en maniero kiu eble ne estus tujtuje komprenebla por chiuj, oni eble uzu standardan lingvon. Sed en aliaj kazoj?

Fine, mi trovas Neves interesan poeton, ankau Idolingve, sed mi ne vere shatis lian poemon en tiu chi libreto.

Li nun shajnas labori super dulingva (Ea kaj Ida) traduko de 'O guardador de rebanhos' de Fernando Pessoa. Mi antaughojas!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …