Doorgaan naar hoofdcontent
{P} Tivadar Soros. Maskerado chirkau la morto. Nazimondo en Hungarujo. Rotterdam: Universala Esperanto Asocio, 2001 (1965).

Wat een man was dat toch, pa Soros! In dit boek vertelt hij hoe hij het laatste jaar van de oorlog als jood in Budapest overleefde: door lakoniek te blijven, door al zijn familieleden doorlopend van nieuwe identiteiten en vooral bijbehorende papieren te voorzien, door anderen te helpen waar dat kon en een beetje uit te zuigen waar dit verantwoord was, zodat hij zelf ook nog een beetje kon leven. In het voorwoord vertelt zoon George Soros dat dat dit jaar tot de gelukkigste van zijn leven behoorde, hoe naar dit ook klinkt - en dat kwam door het optimisime en de vasthoudendheid van zijn vader. Dat kun je begrijpen als je het leest.

Tegelijkertijd wordt niet vergeten dat er in de straten van de stad stapels lijken te zien waren; dat de nazi's op een bepaald moment twee mannen aan lantaarnpalen hadden opgehangen, één met een brieftje 'Dit gebeurt met joden die zich verstoppen' en de ander met een briefje 'Dit gebeurt met christenen die joden verstoppen.' De Tweede Wereldoorlog blijft een onbegrijpelijke legpuzzel vol gruwelen en menselijkheid. Dit is weer een stukje.

Zoals de vertaler en bezorger Humphrey Tonkin opmerkt in zijn aardige nawoord is de stijl van dit boek ook precies gepast. Zo droog en onderkoeld geserveerd wordt het allemaal heel heet gegeten. Iets anders wat heel sterk werkt zijn de vergelijkingen met het alledaagse leven. Tivadar zit ongerust op zijn zoon te wachten, want jongens worden gemakkelijk door de nazi's opgepakt. Hij wordt steeds ongeruster. Iedereen kent dat wel, zegt hij, ongerustheid is irrationeel. Hoe langer je staat te wachten op de tram, des te geagiteerde wordt je, terwijl je eigenlijk steeds kalmer zou moeten worden, want de kans dat de tram er binnenkort is wordt steeds groter. De ongepastheid van de vergelijking van het wachten op de tram en op je zoon (zonder spoorboekje) snijdt door je ziel.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…