Doorgaan naar hoofdcontent
{P} John Horgan. Het einde van de wetenschap. Over de grenzen van onze kennis. Ambo, Amsterdam, 1997 (1996). Tjonge, dit boek is alweer zeven jaar geleden verschenen, en al die tijd ben ik maar doorgegaan met een wetenschappelijke carrière, terwijl daar eigenlijk geen toekomst in zit! Nee, dit is een curieus boek. Het merkwaardige is vooral dat Horgan zijn stelling dat de wetenschap (eigenlijk 'science', dus natuurwetenschap) op zijn einde loopt nergens demonstreert. Mogelijk zijn er cognitieve grenzen (op een bepaald moment kan niemand de theorie meer volgen, zo verfijnd en ingewikkeld wordt hij) en sociaal-politieke grenzen (op een bepaald moment wordt het zo duur om cruciale experimenten te doen dat de maatschappij weigert om het geld daarvoor op te brengen), maar het is niet helemaal duidelijk waarom Horgan nu precies denkt dat die grenzen nú bereikt zijn. Hij heeft misschien wel gelijk dat er weinig reden is om te denken dat er allerlei nieuwe ontdekkingen komen; maar hij laat onvoldoende zien wat de signalen zijn dat die ontdekkingen helemaal niet meer komen.
Een curieus aspect is vooral ook het persoonlijke. Horgan heeft zeer veel van de groten der aarde gesproken en hij geeft al die gesprekken bijzonder levendig weer. Je ziet al die wetenschappers met al hun eigenaardigheden zo voor je zitten. Dat maakt het boek leesbaar, maar op den duur krijg je er ook een vreemd gevoel van: als het gaat over een zo dramatisch onderwerp als het einde van de wetenschap, wat doen al die tics en uiterlijkheden er dan toe? Bovendien is Horgan nogal streng in het terechtwijzen van wetenschappers die zich volgens hem overgeven aan het najagen van droombeelden en 'ironische wetenschap' (fraaie theorieën als de natuurkundige snarentheorie waarvoor we misschien nooit empirische tests kunnen vinden). En wetenschappers die niet in zijn stelling geloven (en uiteindelijk gelooft geen enkele wetenschapper in het boek in die stelling) worden met scepsis bejegend.

Al met al heb ik vooral genoten van de stijl van het boek (dat ook heel goed vertaald is) en van het enorme overzicht dat Horgan heeft over de wetenschap. De centrale stelling, tja, daar zie ik niet veel in. En het is jammer van dat einde over God.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …