3.1.03

{P} John Horgan. Het einde van de wetenschap. Over de grenzen van onze kennis. Ambo, Amsterdam, 1997 (1996). Tjonge, dit boek is alweer zeven jaar geleden verschenen, en al die tijd ben ik maar doorgegaan met een wetenschappelijke carrière, terwijl daar eigenlijk geen toekomst in zit! Nee, dit is een curieus boek. Het merkwaardige is vooral dat Horgan zijn stelling dat de wetenschap (eigenlijk 'science', dus natuurwetenschap) op zijn einde loopt nergens demonstreert. Mogelijk zijn er cognitieve grenzen (op een bepaald moment kan niemand de theorie meer volgen, zo verfijnd en ingewikkeld wordt hij) en sociaal-politieke grenzen (op een bepaald moment wordt het zo duur om cruciale experimenten te doen dat de maatschappij weigert om het geld daarvoor op te brengen), maar het is niet helemaal duidelijk waarom Horgan nu precies denkt dat die grenzen nú bereikt zijn. Hij heeft misschien wel gelijk dat er weinig reden is om te denken dat er allerlei nieuwe ontdekkingen komen; maar hij laat onvoldoende zien wat de signalen zijn dat die ontdekkingen helemaal niet meer komen.
Een curieus aspect is vooral ook het persoonlijke. Horgan heeft zeer veel van de groten der aarde gesproken en hij geeft al die gesprekken bijzonder levendig weer. Je ziet al die wetenschappers met al hun eigenaardigheden zo voor je zitten. Dat maakt het boek leesbaar, maar op den duur krijg je er ook een vreemd gevoel van: als het gaat over een zo dramatisch onderwerp als het einde van de wetenschap, wat doen al die tics en uiterlijkheden er dan toe? Bovendien is Horgan nogal streng in het terechtwijzen van wetenschappers die zich volgens hem overgeven aan het najagen van droombeelden en 'ironische wetenschap' (fraaie theorieën als de natuurkundige snarentheorie waarvoor we misschien nooit empirische tests kunnen vinden). En wetenschappers die niet in zijn stelling geloven (en uiteindelijk gelooft geen enkele wetenschapper in het boek in die stelling) worden met scepsis bejegend.

Al met al heb ik vooral genoten van de stijl van het boek (dat ook heel goed vertaald is) en van het enorme overzicht dat Horgan heeft over de wetenschap. De centrale stelling, tja, daar zie ik niet veel in. En het is jammer van dat einde over God.

Geen opmerkingen: