Doorgaan naar hoofdcontent

Minimalistisch universum

{P}Brian Greene, The Elegant Universe. Superstrings, Hidden Dimensions, and the Quest for the Ultimate Theory. Vintage, 2000 (1999).

Dit is misschien wel het beste populair-wetenschappelijke boek dat ik ooit las. Nog nooit begreep ik de relativiteitstheorie zo goed als nu ik de eerste hoofdstukken gelezen heb; en de volgende hoofdstukken maakten ook de quantummechanica en zelfs die snarentheorie een stuk begrijpelijker. De laatste hoofdstukken gaan over de laatste ontwikkelingen, en maken enthousiast voor het fundamentele wetenschappelijke onderzoek, op de rand van wiskunde en empirie.

Wat maakt het boek zo goed? In de eerste plaats werkt de schrijver heel veel met metaforen. Die hebben weinig te maken met het dagelijks leven -- een belangrijk beeld is bijvoorbeeld dat van een mier dat over een bijna eindeloos lange waslijn wandelt. Toch werken die metaforen in ieder geval bij mij heel inzichtelijk, vreemd is dat: door iets onbekends te vergelijken met iets anders onbekends, krijg je toch meer inzicht.

Bovendien is de stijl van het boek zo goed dat ik de eerste helft van het boek ervan overtuigd was dat dit een ervaren wetenschapsjournalist te zijn. Maar in de tweede helft blijkt Greene een vooraanstaand onderzoeker. Dat blijkt doordat hij vertelt over hoe hijzelf het opwindende gevoel heeft gehad kleine doorbraken te bewerkstelligen, niet doordat de tweede helft veel duisterder wordt. Overigens wordt een en ander naar het eind toe wel wat moeilijker te volgen, maar in grote lijnen heb ik nu toch een idee gekregen waar die natuurkundejongens mee bezig zijn.

Als ik zelf zo'n jongen was, zou ik misschien ook wel supersnaartheorie willen doen. Mij spreekt die grote abstractie wel aan, en ik zou denk ik niet aan de kant staan van de mensen die alleen aan zo'n theorie willen werken als er onmiddellijk empirische voorspellingen zijn. Het geheel heeft ook wel wat van het minimalistisch programma in de syntaxis: het is gebaseerd op de gedachte dat onze wereld bij de uiteindelijke analyse wel eenvoudig en elegant móét zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…