Doorgaan naar hoofdcontent

Minimalistisch universum

{P}Brian Greene, The Elegant Universe. Superstrings, Hidden Dimensions, and the Quest for the Ultimate Theory. Vintage, 2000 (1999).

Dit is misschien wel het beste populair-wetenschappelijke boek dat ik ooit las. Nog nooit begreep ik de relativiteitstheorie zo goed als nu ik de eerste hoofdstukken gelezen heb; en de volgende hoofdstukken maakten ook de quantummechanica en zelfs die snarentheorie een stuk begrijpelijker. De laatste hoofdstukken gaan over de laatste ontwikkelingen, en maken enthousiast voor het fundamentele wetenschappelijke onderzoek, op de rand van wiskunde en empirie.

Wat maakt het boek zo goed? In de eerste plaats werkt de schrijver heel veel met metaforen. Die hebben weinig te maken met het dagelijks leven -- een belangrijk beeld is bijvoorbeeld dat van een mier dat over een bijna eindeloos lange waslijn wandelt. Toch werken die metaforen in ieder geval bij mij heel inzichtelijk, vreemd is dat: door iets onbekends te vergelijken met iets anders onbekends, krijg je toch meer inzicht.

Bovendien is de stijl van het boek zo goed dat ik de eerste helft van het boek ervan overtuigd was dat dit een ervaren wetenschapsjournalist te zijn. Maar in de tweede helft blijkt Greene een vooraanstaand onderzoeker. Dat blijkt doordat hij vertelt over hoe hijzelf het opwindende gevoel heeft gehad kleine doorbraken te bewerkstelligen, niet doordat de tweede helft veel duisterder wordt. Overigens wordt een en ander naar het eind toe wel wat moeilijker te volgen, maar in grote lijnen heb ik nu toch een idee gekregen waar die natuurkundejongens mee bezig zijn.

Als ik zelf zo'n jongen was, zou ik misschien ook wel supersnaartheorie willen doen. Mij spreekt die grote abstractie wel aan, en ik zou denk ik niet aan de kant staan van de mensen die alleen aan zo'n theorie willen werken als er onmiddellijk empirische voorspellingen zijn. Het geheel heeft ook wel wat van het minimalistisch programma in de syntaxis: het is gebaseerd op de gedachte dat onze wereld bij de uiteindelijke analyse wel eenvoudig en elegant móét zijn.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…