Doorgaan naar hoofdcontent

Zar

{p} Herman Franke. Wolfstonen. Amsterdam: Podium, 2004 (2003).

Ergens op een braak land in een volkswijk wordt een appartementencomplex gebouwd voor 'mensen zoals wij' (romanlezers, intellectuelen), maar die mensen worden binnen enkele maanden weggepest door geluids- en andere overlast. Over Heman Franke wist ik niets, behalve dat hij een criminoloog was die romanschrijver geworden was. De recensies van Wolfstonen heb ik een jaar geleden niet gelezen. Ik kreeg dit boek cadeau en las het tijdens de vakantie. Het doet van alle schrijvers die ik ken het meest denken aan Bordewijk. Dat geldt zowel voor de stijl -- en dan vooral het gebruik van vreemde namen als Nander en Paulice -- als voor de afkeer van de moderne mens en vooral 'de massa'.

Die afkeer vind ik potsierlijk. Alle mensen uit het appartementencomplex, alle 'mensen zoals wij' komen in hun eigen taal uitvoerig aan het woord, maar voor de barbaren die hen wegpesten is nauwelijks een stem. De enige 'mensen uit het volk' die aan het woord komen zijn de kinderen Milla en Jacho. Maar zij zijn maar arme kinderen die er ook niets aan kunnen doen en bovendien nauwelijks geloofwaardig. De strekking van het boek lijkt me daarom ongeveer even twijfelachtig als die van Bordewijks boeken. Toch heb ik het met plezier gelezen: zo'n verhaal waarin dezelfde gebeurtenissen vanuit een groot aantal verschillende invalshoeken beschreven worden, daar houd ik van. En het lichtelijk vervreemdende van die rare namen, de lokatie die ongeveer in Nederland lijkt te zijn, maar niet precies (het moet in ieder geval in een land zijn waar het veel regent en waar euro's worden uitgegeven). De schrijver heeft ook geprobeerd enkele 'modernigheden' zelf te bedenken. Zo is er sprake van een nieuw soort popmuziek met een volkomen onregelmatige beat (ik geloof niet dat dit ooit werkelijkheid zal worden), van een groepje ultra-onextreme jongeren en van een nieuwejongemeisjesgroet: Zar. Ik houd wel van zulke fantasie.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …