3.8.04

Ad Zuiderent (red.) De 100 beste gedichten van 2003.

{P} Ad Zuiderent (red.) De 100 beste gedichten van 2003. Amsterdam: Arbeiderspers, 2004.

Als dit de 100 'beste' gedichten van vorig jaar waren, dan was vorig jaar geen gedichtenjaar voor mij. Heel erg opgewonden werd ik er niet van. Al kan dit natuurlijk ook komen doordat ik al enkele bundels gelezen had (Stitou, Harmens, Otten, Peeters).

Toch ben ik vooral geneigd de 'schuld' te leggen bij de bloemlezer, bij Ad Zuiderent. Dat komt door de inleiding, die wel zo'n enorme gezapigheid uitstraalt, dat het al bijna niet meer goed kon komen tussen mij en de bloemlezing. Zuiderent komt bijvoorbeeld op voor de poëzie van oudere mannen! Jawel. De oudjes doen het nog best, maar waarom zouden ze een verdediging nodig hebben? Worden ze heftig aangevallen? En zo ja door wie?

Nou moet ik ook wel weer toegeven dat het grappigste gedicht van (bijna) de oudste man komt, van L. Th. Lehmann (eigenlijk vind ik alleen de eerste strofe echt grappig, dus die citeer ik dan maar):

Homerische vergelijking 1

Hij ontstak in gramschap, heftig als die van
een Amsterdammer aan een autostuur,
die, rijdend door rood licht, komend van links,
moet wijken voor een ander, die van rechts
door groen licht nadert, o het schrijnend onrecht
hoe een tweewerf geprivilegieerde
een eerlijk man belaagt... Zo was zijn toorn.

Geen opmerkingen: