Doorgaan naar hoofdcontent

Marja Brouwers: Casino

{P} Marja Brouwers. Casino. Amsterdam: De Bezige Bij, 2004.

Ik was dit boek gaan lezen vanwege een bewonderend interview in de Groene Amsterdammer, waarin ook nog allerlei jubelende recensies werden aangehaald, net als op de achterflap van de (vierde) druk die ik heb gekocht.

Ik had dus het mooiste boek van de afgelopen jaren verwacht, en daarin werd ik teleurgesteld. De essayistische passages tussendoor stoorden me. Als zij op zichzelf hadden gestaan had ik ze meteen overgeslagen -- een essaybundel waarin deze generaliserende toon werd aangeslagen zou ik nooit hebben uitgelezen. Nu wekten ze bovendien door de heel algemene toon bovendien wel heel erg de indruk dat er ook in het verhaal zaken werden gezegd met een grotere, algemenere geldigheid, over de mens, of op zijn minst over de tijdgeest. En dat kon het verhaal niet dragen.

Het best kun je Casino waarschijnlijk lezen als een satire, maar dan een die er niet per se op uit is grappig te zijn. In essentie gaat het boek over twee mannen: de journalist Rink de Vilder en de succesvolle jaren-negentig-ondernemer-annex-crimineel Philip van Heemskerk. De laatste is echt een karikatuur van iemand die alles kan. Als er een probleem is met Rinks computer, ziet die Van Heemskerk in een oogopslag dat dit komt doordat er een verkeerde versie van een browser over een andere heengeschreven is, en bovendien weet hij precies en uit zijn hoofd welke bestanden er dan vervangen moeten worden. Dat weet natuurlijk niemand, tenzij hij lang op een helpdesk gewerkt heeft en dit probleem weleens vaker aan de hand heeft gehad. Maar Philip van Heemskerk heeft nooit op een helpdeks gewerkt, en gezien zijn grote vaardigheid is het heel onwaarschijnlijk dat hij zelf ooit met dit bijltje gehakt heeft.

Aan de andere kant heeft al die praktische zin dan wel weer iets prettigs, als het gaat over onderwerpen waar ik weinig vanaf weet, zoals de constructie van een huis. Heel eigenaardig zijn de eindeloze jammerklachten over het wrede lot dat de huizenverhuurder moet ondergaan in Nederland. Het staat een beetje haaks op de algemene boodschap die tegen de graaizucht lijkt in te gaan, hoewel het in dit geval de boze huurders zijn die graaizucht wordt aangewreven (zij proberen op alle mogelijke manieren de huur tot onredelijk lage proporties terug te brengen). Maar ik dacht dat in de jaren negentig iedereen een huis kocht, zodat op het laatste de overheid zelfs campagnes ging voeren om mensen ervan te overtuigen dat huren ook voordelen heeft?

Enigszins storend vond ik dan weer wel dat de namen van de collega's van De Vilder allemaal namen hebben uit Bordewijks Bint (Van de Kabargebok, Daamde, enz.) Het lijkt net alsof de schrijfster daar iets mee wil zeggen, maar het is mij niet duidelijk wat.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…