6.9.04

Kees 't Hart. Ter navolging

Kees 't Hart. Ter navolging. Amsterdam: Querido, 2004.

Een jonge promovendus wil in zijn onderzoek het werk van zijn vader overdoen. Die vader wilde in de jaren vijftig een roman schrijven over Betje Wolff en Aagje Deken. De zoon wil dat aan het begin van de eenentwintigste eeuw overdoen door een 'netwerk'-studie te doen naar de achtergronden van de schrijfsters. Hij denkt daarbij te stuiten op allerlei merkwaardige praktijken waar die ogenschijnlijk zo brave dames zich mee bezighielden: pornografie, revolutie, aardappelsmokkel, illegale loterijen. Ondertussen heeft hij nog van alles aan de hand met de dochter van zijn promotor; binnen twee maanden wordt hij zeer verliefd op haar én bedriegt hij haar. Het boek heeft in alle opzichten een happy end.

Als ik een beetje smokkel was dit niet zo'n spannend boek hoor. De eventuele misdrijven zijn in ieder geval heel onschuldig: vervalsing in archieven, overspel, dat soort werk. Maar wat een boek! Bij tijd en wijle is het heel grappig (de satire op de manier waarop in een gemeenteraad wordt vergaderd over een literair evenement, de manier waarop in geleerde kringen wordt vergaderd over de vraag welk project wordt uitgevoerd), maar vooral is het een adembenemend spel, met de romanschrijfkunst, met de geschiedenis, met de verschillen tussen man en vrouw, met van alles en nog wat. Er komen werkelijk bestaande personen in voor, niet alleen uit het verleden (Wolff en Deken) maar ook uit het heden (Buijnsters, Van Oostrom). Je kunt niet echt zeggen dat het moeilijk is om werkelijkheid en fictie te scheiden, want het is allemaal duidelijk verzonnen. Het boek lijkt onder andere 't Harts manier om het tweehonderdjarig bestaan van de romankunst in Nederland te vieren -- althans, het feit dat Wolff en Deken in 1804 begraven werden op de Haagse begraafplaats Ter Navolging speelt nogal een belangrijke rol in het boek.

Het boek heeft wel een paar dingen gemeen met dat van Pfeijffer, zoals dat verschillende personen in een eigen schrijfstijl aan het woord komen -- het boek is een brievenroman, net als Sara Burgerhart. Bij 't Hart zijn de stilistische verschillen wel wat subtieler, zoals ook het spel met 'de mensen zijn niet wat ze lijken' wat subtieler gespeeld wordt. Aan het eind lijken een aantal dingen waarvan langzaamaan bleek dat ze niet waar waren ineens toch weer wel waar. Het is een rijk boek, dat ik nog weleens vaker ga lezen.

Geen opmerkingen: