Doorgaan naar hoofdcontent

Rudie Kagie. Boudewijn Büch. Verslag van een mystificatie

Rudie Kagie. Boudewijn Büch. Verslag van een mystificatie. Amsterdam: Prometheus, 2004.

Boudewijn Büch heeft zijn hele leven verzonnen. Hij vertelde zijn beste vrienden dat hij een zoontje had dat op zesjarige leeftijd was overleden; dat hij twee keer was afgestudeerd, of drie keer; dat zijn vader in de oorlog gevlucht was uit Duitsland, of Polen, of Rusland. De 'biografische schets' van Rudie Kagie gaat dan ook meer over wat Büch niet heeft meegemaakt dan over wat hem wel is overkomen. Dat laatste was ook iets minder spectaculair: schrijven, schrijven, schrijven, tot je er bij neervalt. En vriendschappen opzeggen, en onmogelijk zijn. Ondanks al zijn charmes was Boudewijn Büch volgens dit boek een onaardige man, die zeker de laatste jaren alleen nog geïnteresseerd was in geld om zijn verzameling uit te breiden. (Ik weet nog dat een kennis me een jaar of acht geleden vertelde dat hij Büch had gevraagd om iets te presenteren voor een sympathiek project om de klassieke Nederlandse literatuur aan de man te brengen; en dat hij was geschrokken van het waanzinnige bedrag dat Büch voor zijn bijdrage vroeg.)

De drukte die er nu ontstaat over die verzinsels, lijkt me een beetje overdreven. Ik dacht eigenlijk dat iedereen wel wist dat er gerede twijfel was of Büch wel ooit een zoontje had gehad, en zo ja, of het overleden was, of hij ooit een universiteit van binnen had gezien, enz. Het enige dat nieuw is, is dat hij deze dingen ook aan zijn beste vrienden vertelde.

Het aardige van dit boek is dat niet wordt geprobeerd een echt antwoord te geven op de vraag waarom Büch het nodig vond al die rampen te bedenken die hem steeds maar moesten overkomen, waarom hij moest rondstrooien dat hij homo- of pedoseksueel was, terwijl hij uiteindelijk alleen minnaressen gehad heeft, enz. Een deel van het antwoord op die vraag ligt misschien ook wel in het feit dat iedereen altijd maar die waaromvraag stelt. Als je je ongelukkig voelt, kan dat niet komen doordat je doodgewone Wassenaarse vader onlangs is overleden, dat moet wel te maken hebben met de dood van een zoontje. En als je van die vader hield, was hij de oorlog natuurlijk niet als een tamelijk kleurloze vaderlander doorgekomen, maar als een slachtoffer én een held. Als overal verklaringen voor moeten bestaan, moet je die desnoods zelf verzinnen. Er blijkt trouwens niet uit dit boek dat veel mensen dat nu zo erg vonden; veel mensen hadden wel door dat het allemaal niet zo klopte, maar vonden het ook niet nodig om dat na te gaan.

Een modernere vorm van verklaring is een medische, en die duikt af en toe ook op, in de vorm van de term pseudologia fantastica: die 'drang' om dingen te verzinnen, dat is duidelijk een aandoening. Nou, daar had Büch zelf ook wel van alles op geweten, want hij was immers een tijdje als 'psychofarmacohistoricus' aangesteld aan de Universiteit Utrecht. Zei hij.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …