30.10.04

Arnon Grunberg. Grunberg rond de wereld

Arnon Grunberg. Grunberg rond de wereld. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar.

Het is mijn lot een tijd- en taalgenoot van Arnon Grunberg te zijn -- een gelukkig lot, dat wel, maar het betekent ook dat je redelijk wat tijd moet uittrekken om te lezen wat hij allemaal geschreven heeft. Nu Grunberg rond de wereld weer, dat dit voorjaar verscheen en stukken verzamelt die hij in de afgelopen jaren voor NRC Handelsblad schreef. Ik ben blij dat ik het nu gelezen heb, het heeft een heleboel dingen duidelijk gemaakt. De stukken worden als autobiografisch gepresenteerd, en ze zullen vermoedelijk ook een autobiografische basis hebben, maar dat is het belangrijkste niet. Het belangrijkste is dat je in dit boek allerlei details uit zijn romans ziet opduiken. Zo blijkt de moeder van Grunberg op haar Zwitserse hotelkamer een dompelaar te hebben -- het ding dat zo'n belangrijke rol speelt in Gstaad 95-98, wordt er in Atlanta City onderzoek gedaan in een casino voor een verhaal dat wel uiteindelijk tot Fantoompijn moet hebben geleid, moet Grunberg zelf van zijn vriendin onder de kapstok slapen omdat ze met een ander in bed ligt, net als de hoofdpersoon in De asielzoeker en spelen messen en de overtuiging dat pijn de enige manier is om te communiceren bijna net zo'n zware rol als in De joodse messias.

Zo komen al die boeken hier bij elkaar en geeft het tegelijkertijd een aardige staalkaart van Grunbergs ontwikkeling als stilist. De eerste honderd pagina's heb ik af en toe hardop gelachen. De enige momenten waarop ik dat niet deed was als hij te flauw werd (bijvoorbeeld over twee studentes die iets onnozels hebben gevraagd: "Het moet gezegd, ze waren allebei blond, en ze zagen er allebei uit als vrouwen. Maar dat zou onze vooroordelen niet moeten bevestigen." Dat vooroordeel is wel zo ongelofelijk flauw dat ik zelfs niet begrijp waarom de schrijver het niet alsnog geschrapt heeft.) Maar gaandeweg zie je de wanhoop en de weerzin almaar groeien en worden er nog wel grappen gemaakt, en niet meer van die hele flauwe, maar kun je er eigenlijk niet meer om lachen, zozeer schrijnt het. Het moet geen lolletje zijn om Arnon Grunberg te wezen. Aan de andere kant blijkt het boek helemaal op het eind wel degelijk een soort structuur te hebben en is er zelfs enige kans op een goede afloop: de vriendin uit het begin van het boek, die hij duidelijk door de jaren heen nooit heeft kunnen loslaten, is weer bij hem terug, weliswaar zwanger van een ander die haar ook nog een tand uit de mond geslagen heeft, maar toch.

Bij het nagerecht zei ze: 'Nu moet je nog je naam op het gips schrijven.'

Ik pakte een pen uit mijn binnenzak en schreef mijn naam in hanenpoten, ik wilde iets meer schrijven, iets leuks, iets grappigs, maar er schoot me niets te binnen.

De koffie kwam en langzaam streepte ik mijn naam door, zoals je de overblijfselen van een misdaad wegwerkt.

Geen opmerkingen: