Doorgaan naar hoofdcontent

Arnon Grunberg. Grunberg rond de wereld

Arnon Grunberg. Grunberg rond de wereld. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar.

Het is mijn lot een tijd- en taalgenoot van Arnon Grunberg te zijn -- een gelukkig lot, dat wel, maar het betekent ook dat je redelijk wat tijd moet uittrekken om te lezen wat hij allemaal geschreven heeft. Nu Grunberg rond de wereld weer, dat dit voorjaar verscheen en stukken verzamelt die hij in de afgelopen jaren voor NRC Handelsblad schreef. Ik ben blij dat ik het nu gelezen heb, het heeft een heleboel dingen duidelijk gemaakt. De stukken worden als autobiografisch gepresenteerd, en ze zullen vermoedelijk ook een autobiografische basis hebben, maar dat is het belangrijkste niet. Het belangrijkste is dat je in dit boek allerlei details uit zijn romans ziet opduiken. Zo blijkt de moeder van Grunberg op haar Zwitserse hotelkamer een dompelaar te hebben -- het ding dat zo'n belangrijke rol speelt in Gstaad 95-98, wordt er in Atlanta City onderzoek gedaan in een casino voor een verhaal dat wel uiteindelijk tot Fantoompijn moet hebben geleid, moet Grunberg zelf van zijn vriendin onder de kapstok slapen omdat ze met een ander in bed ligt, net als de hoofdpersoon in De asielzoeker en spelen messen en de overtuiging dat pijn de enige manier is om te communiceren bijna net zo'n zware rol als in De joodse messias.

Zo komen al die boeken hier bij elkaar en geeft het tegelijkertijd een aardige staalkaart van Grunbergs ontwikkeling als stilist. De eerste honderd pagina's heb ik af en toe hardop gelachen. De enige momenten waarop ik dat niet deed was als hij te flauw werd (bijvoorbeeld over twee studentes die iets onnozels hebben gevraagd: "Het moet gezegd, ze waren allebei blond, en ze zagen er allebei uit als vrouwen. Maar dat zou onze vooroordelen niet moeten bevestigen." Dat vooroordeel is wel zo ongelofelijk flauw dat ik zelfs niet begrijp waarom de schrijver het niet alsnog geschrapt heeft.) Maar gaandeweg zie je de wanhoop en de weerzin almaar groeien en worden er nog wel grappen gemaakt, en niet meer van die hele flauwe, maar kun je er eigenlijk niet meer om lachen, zozeer schrijnt het. Het moet geen lolletje zijn om Arnon Grunberg te wezen. Aan de andere kant blijkt het boek helemaal op het eind wel degelijk een soort structuur te hebben en is er zelfs enige kans op een goede afloop: de vriendin uit het begin van het boek, die hij duidelijk door de jaren heen nooit heeft kunnen loslaten, is weer bij hem terug, weliswaar zwanger van een ander die haar ook nog een tand uit de mond geslagen heeft, maar toch.

Bij het nagerecht zei ze: 'Nu moet je nog je naam op het gips schrijven.'

Ik pakte een pen uit mijn binnenzak en schreef mijn naam in hanenpoten, ik wilde iets meer schrijven, iets leuks, iets grappigs, maar er schoot me niets te binnen.

De koffie kwam en langzaam streepte ik mijn naam door, zoals je de overblijfselen van een misdaad wegwerkt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …