Doorgaan naar hoofdcontent

Ronald Giphart. Ik ook van jou

Ronald Giphart en Bert Natter. De beste schrijver van Nederland. Utrecht: Kwadraat, 1995.
Ronald Giphart. Ik ook van jou. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1992.
Wim Daniëls. Giphtaal. De woordvondsten van Ronald Giphart. Amsterdam, Podium, 2004.

De redenen waarom ik deze boeken van de Leidse Universiteitsbibliotheek leende, zijn een beetje ingewikkeld. Laten we het erop houden dat ik ze nodig had 'voor onderzoek'. Maar ik had nog nooit iets van Giphart gelezen, en ik besloot dat er aan die staat maar eens een einde moest komen.

Nu, ik kan kort zijn. Ik begon met het boekje van Daniëls en dat is misschien niet de beste introductie op het genre. Het bestaat voornamelijk uit een lijst met termen uit het oeuvre en dat levert dan trouvailles op als literautisten 'Schrijververeerders die literaire manifestaties bezoeken en daar dan laten merken hoe goed ze het werk van hun favoriete schrijver hebben gelezen'; literijr 'Gezellig literair'; literreur 'Schrijfsels van haatdragende recensenten', en ga zo maar door. Ik denk eigenlijk niet dat er mensen zijn die Giphart om dit soort vondsten lezen, en al helemaal niet dat het zin heeft om ze achter elkaar te zien. Dit soort werkjes geeft het genre van de taalboeken een slechte naam.

Daarna begon ik aan De beste schrijver van Nederland, en dat was een wonderlijke ervaring. Het doet nog het meeste denken aan het scholierencabaret, aan de manier waarop daar leraren 'geparodieerd' worden: je kent ze niet echt, en daarom neem je maar de opvallendste karakteristieken, en die vergroot je uit. De leraar wiskunde laat je bijvoorbeeld de hele tijd zeggen 'Dat moet je heel precies uitrekenen!' Ik kan me nog herinneren dat ik zoiets grappig vond toen ik veertien was, en wat dat betreft was dit een nostalgische ervaring.

Maar toen kwam Ik ook van jou en die dompelde me helemaal onder in de nostalgie. Misschien komt het wel doordat ik onderwijl naar nostalgische muziek luisterde, moet ik erbij zeggen. Maar op de een of andere manier bracht het boek me ineens helemaal terug naar de studentenwereld van het eind van de jaren tachtig, kortom, toen ik er zelf inzat. Waarom dat zo is, kan ik niet uitleggen, en ik weet ook eigenlijk niet of die tijdsaanduiding ertoe doet, of iemand die laten we zeggen drie jaar geleden is afgestudeerd niet dezelfde nostalgie kan voelen. Ja, dat denk ik eigenlijk wel. Dat komt doordat het boek zelf al nostalgisch is, naar een periode die ook voor de schrijver al afgesloten was. En het bovendien beschrijft hoe je als student voor het eerst kennismaakt met dat gevoel van weemoed, dat je eigenlijk al terugverlangt naar wat er gebeurt op het moment dat het gebeurt (het boek wordt veel gelezen door middelbare scholieren en misschien komt er op een dag wel zo een op dit weblog, op zoek naar een leesverslag. Tegen hem of haar zeg ik: het klinkt allemaal wel lekker in dit boek, maar wacht nog een jaar of drie, vier, en je zult het anders begrijpen). 'Jeugd,jacht, liefde, plezier en strijd: vele kostbare seconden verstrijken. Ik moet alweer aan Reza denken. Reza, godverdomme, jij op mij. Ik op jou. Wij samen.'

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …