Doorgaan naar hoofdcontent

Hafid Bouazza. Paravion

Hafid Bouazza. Paravion. Amsterdam: Prometheus, 2004.

Waarom houd ik niet van sprookjes? Ik kan het mezelf niet goed uitleggen, maar het boek van Bouazza is duidelijk een sprookje. Een mythische familie, die zelfs in contact staat met heksen, vertrekt uit het ene mythische land naar het andere, maar kan in allebei niet aarden. Iedere lezer denkt bij het ene land aan Marokko en bij het andere aan Nederland, maar het zijn wel sprookjesversies van die twee landen. Ik kan zien dat het vakkundig is geschreven, dat het vast een buitenkansje is voor de liefhebber, maar ik ben uiteindelijk niet verder gekomen dan ongeveer op de helft. Toen had ik het genoeg geprobeerd van mezelf; en dat het niet gelukt is, ligt vast aan mij en niet aan de schrijver.

Het enige waardoor ik het nog zolang heb volgehouden, waren de beschrijvingen van het eten:

Merels en spreeuwen vulde zij met rozijnen en noten en ze diende ze geroosterd of gebraden op met gekookte kweeperen waarin ze de veren stak, zodat ze veel weg hadden van een zee-egel. Wilde duiven braadde zij in roomboter, uien en kaneel, waarna zij ze bestrooide of vulde met amandelen, pistache en rozijnen, het geheel gekleurd door gemalen saffraan, die in bijna geen van haar gerechten ontbrak: het oog eet voor de mond.

Ja, een sprookje dat alleen maar over eten ging, dat zou ik verslinden! Luilekkerland!

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…