Doorgaan naar hoofdcontent

Knut Nærum. Glad ijs

Knut Nærum. Glad ijs. Breda: De Geus, 2004.

Dit is een ongehoord grappig boek. Het komt niet vaak voor dat ik hardop om een boek lach -- maar bij Glad ijs is het me een paar keer gebeurd. Net als The plot against America is het een wat-als-boek. In dit geval: wat zou er nu gebeuren als Noorwegen en Nederland met elkaar in oorlog zouden raken in de nabije toekomst. Daar blijkt niet veel voor nodig te zijn: een val op een schaatsbaan tijdens een wereldkampioenschap en een ongelukkig treffen op de internationale wateren blijken genoeg te zijn om de spanning onder de bevolking flink te doen opleven. Vooral wat er in Noorwegen gebeurt wordt beeldend beschreven: mensen gaan spontaan hun Goudse en Edammer kazen verbranden, er verschijnen ingezonden brieven dat woorden als maalstroom maar niet meer gebruikt moeten worden, omdat het leenwoorden uit het Nederlands zijn, en stukje bij beetje wordt de toon steeds grimmiger, totdat zelfs de meest verlichte mensen alleen nog weten te vertellen 'dat niet alle Nederlanders zo zijn'. Alleen een enkele verstokte linkse ziel blijft bij haar mening 'dat het heel begrijpelijk is als de Nederlanders onze ambassade platbranden, als je bedenkt wat wij ze eeuwenlang hebben aangedaan.' Uiteindelijk neemt Amerika het roer over -- of blijkt eigenlijk dat het al de hele tijd dat roer in handen had -- en worden de twee landen in een vernietigende oorlog meegesleurd.

Dit is een ongehoord grappig boek, tot je beseft dat het over de werkelijkheid gaat. Nærum bedoelde het als een protest tegen de oorlog in Irak, maar wie het dezer dagen in Nederland leest, voelt iets heel anders. Hoe goed beschreven wordt hoe animositeit tegen bepaalde groepen zo kan worden aangewakkerd dat niemand eraan kan ontsnappen. Hoe onder alle gepraat over 'dat iedereen natuurlijk vrede wil', er zachtjesaan naar een oorlog kan worden toegewerkt. Hoe er oorlog kan komen terwijl niemand hem echt wil. Behalve wat Noren, want dat zijn onbetrouwbare lui, dat weet iedereen.

Het boek is trouwens briljant vertaald, en ook bewerkt. Het taalgebruik van Balkenende wordt bijvoorbeeld ongehoord grappig geparodieerd, dat zal wel niet van Knut Nærum komen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …