Doorgaan naar hoofdcontent

Amélie Nothomb. Biographie de la faim.

Amélie Nothomb. Biographie de la faim. Paris: Albin-Michel, 2004.

De Waalse literatuur, daar wist ik nu echt helemaal niets vanaf. En daar is nu een beetje verandering in gekomen: ik heb in ieder geval het laatste boek van Amélie Nothomb gelezen. Dat maakt me natuurlijk nog niet meteen tot een kenner. Ik weet wel dat zij, Nothomb, geldt als een van de belangrijkste 'jonge' (ze is net zo oud als ik) schrijvers van dit moment, maar ik weet niet wat de titels van haar belangrijke boeken zijn. Deze 'biographie' lijkt me een tussendoortje, zij het wel een virtuoos tussendoortje. Het begint bijvoorbeeld briljant, met een beschrijving van het eiland Vanuatu, waar men nooit honger heeft omdat er overal eten is in overvloed. Daarna begint het eigenlijke 'verhaal', een autobiografische schets over de jeugd van de schrijfster waarin honger, zowel in een letterlijke als in een figuurlijke betekenis, een grote rol speelt: de jeugd eindigde met anorexia, maar begon met periodes waarin het eten van bijvoorbeeld chocola grote vreugde bezorgde. En op een dag ontdekt ze zelfs speculaas verstopt in de garage (haar vader is diplomaat in het China van de Bende van vier):

J'en goutais aussitôt. Je rougis: ce croquant, ces épices, cétait à hurler, un événement trop important pour le célébrer dans un garage. Quel était le meilleur endroit pour fêter ça? Je le savais.

Je bondis jusqu'à notre immeuble, montais les quatre étages en courant et fonçais dans la salle de bain dont je poussais la porte derrière moi. Je m'installais devant le miroir gént, sortis le butin de dessous mon pull et commençais à manger en observant mon reflet dans la glace -- je voulais me voir en état de plaisir.

C'était un spectacle. Rien qu'à me regarder, je pouvais détailler les sauveurs: c'était forcément du sucré, sinon je n'aurais pas eu l'air aussi heureuse; ce sucre devait être de la cassonade, à en juger l'émoi caracteristique des fossettes. Beaucoup de cannelle, disait le nez plissé de jouissance. Les yeux brillants annonçaient la couleur des autres épices, aussi inconnues qu'enthousiasmantes. Quant à la présence de miel, comment en douter, au vu de mes lèvres qui minaudaient l'extase?

Iemand die zo kan schrijven over het genot van speculaas, wil ik wel ten huwelijk vragen. (Verderop in het boek wordt ze wel een beetje koket.) De reden waarom ik denk dat het toch een tussendoortje betreft, is dat de structuur van het boek niet erg strak is. Het gaat helemaal niet altijd over de honger, althans niet dwingend. Ik denk, nee hoop, dat Nothombs andere boeken meer structuur hebben.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …