1.12.04

Amélie Nothomb. Biographie de la faim.

Amélie Nothomb. Biographie de la faim. Paris: Albin-Michel, 2004.

De Waalse literatuur, daar wist ik nu echt helemaal niets vanaf. En daar is nu een beetje verandering in gekomen: ik heb in ieder geval het laatste boek van Amélie Nothomb gelezen. Dat maakt me natuurlijk nog niet meteen tot een kenner. Ik weet wel dat zij, Nothomb, geldt als een van de belangrijkste 'jonge' (ze is net zo oud als ik) schrijvers van dit moment, maar ik weet niet wat de titels van haar belangrijke boeken zijn. Deze 'biographie' lijkt me een tussendoortje, zij het wel een virtuoos tussendoortje. Het begint bijvoorbeeld briljant, met een beschrijving van het eiland Vanuatu, waar men nooit honger heeft omdat er overal eten is in overvloed. Daarna begint het eigenlijke 'verhaal', een autobiografische schets over de jeugd van de schrijfster waarin honger, zowel in een letterlijke als in een figuurlijke betekenis, een grote rol speelt: de jeugd eindigde met anorexia, maar begon met periodes waarin het eten van bijvoorbeeld chocola grote vreugde bezorgde. En op een dag ontdekt ze zelfs speculaas verstopt in de garage (haar vader is diplomaat in het China van de Bende van vier):

J'en goutais aussitôt. Je rougis: ce croquant, ces épices, cétait à hurler, un événement trop important pour le célébrer dans un garage. Quel était le meilleur endroit pour fêter ça? Je le savais.

Je bondis jusqu'à notre immeuble, montais les quatre étages en courant et fonçais dans la salle de bain dont je poussais la porte derrière moi. Je m'installais devant le miroir gént, sortis le butin de dessous mon pull et commençais à manger en observant mon reflet dans la glace -- je voulais me voir en état de plaisir.

C'était un spectacle. Rien qu'à me regarder, je pouvais détailler les sauveurs: c'était forcément du sucré, sinon je n'aurais pas eu l'air aussi heureuse; ce sucre devait être de la cassonade, à en juger l'émoi caracteristique des fossettes. Beaucoup de cannelle, disait le nez plissé de jouissance. Les yeux brillants annonçaient la couleur des autres épices, aussi inconnues qu'enthousiasmantes. Quant à la présence de miel, comment en douter, au vu de mes lèvres qui minaudaient l'extase?

Iemand die zo kan schrijven over het genot van speculaas, wil ik wel ten huwelijk vragen. (Verderop in het boek wordt ze wel een beetje koket.) De reden waarom ik denk dat het toch een tussendoortje betreft, is dat de structuur van het boek niet erg strak is. Het gaat helemaal niet altijd over de honger, althans niet dwingend. Ik denk, nee hoop, dat Nothombs andere boeken meer structuur hebben.

Geen opmerkingen: