24.12.04

Fabrice Pliskin. L'Agent dormant

Fabrice Pliskin. L'Agent dormant. Paris: Flammarion, 2004.

De eerste vijftig bladzijden van dit boek zijn prachtig. Een Franse Algerijn, Mohammed Bendjebbour, van een jaar of veertig vertelt er zijn treurige leven in, van een kind van een vermoorde verzetsstrijder dat een tijdje bij Fransen doorbracht, maar door hen weer verstoten werd, en vooral van een buschauffeur in een voorstad van Parijs die alle vernederingen die hij moet ondergaan niet meer aankan. Helaas komt Mohemmed na die vijftig pagina's een linkse zeventigjarige hoogleraar filosofie tegen, een zekere Jean-René Brideau, en dan moet het boek nog driehonderdvijftig pagina's, die ik eerlijk gezegd vooral heb doorgelezen uit solidariteit met de eerste vijftig, en in de hoop dat er daar nog iets van terug zou moeten komen.

Die driehonderdvijftig pagina's zijn vooral een satire -- Brideau is een volkomen belachelijke, irreële figuur, iemand die met de mond enorme sympathie belijdt voor alle minderheden tegelijk (homo's, vrouwen, joden, moslims) maar ondertussen van iedereen gebruik maakt en in niemand echt geïnteresseerd is. Iemand die zogenaamd de tv-roem minacht, tot hij zelf op de tv mag. Iemand die beweert niet om het materiële te geven, terwijl hij oesters eet. Dat soort werk, en de tegenstrijdigheden worden er duimendik bovenop gelegd. Een sympathiek kantje valt aan deze man niet te ontdekken, en waarom Mohammed Bendjebbour zo geïntrigeerd raakt door deze verderfelijke figuur wordt mij in ieder geval nergens duidelijk. Sterker nog, Mohammed lijkt zelf door al die onzin af en toe heen te prikken, dat wordt wel duidelijk, maar waarom hij Brideau toch als zijn meester lijkt te beschouwen, ach. Dit is een heel erg met de huidige Zeitgeist meewaaiende satire, waarom ik geen enkele keer heb hoeven lachen.

Geen opmerkingen: