13.12.04

John Updike. The afterlife and other stories.

John Updike. The afterlife and other stories. London: Penguin, 1995 (1994).

Met het lezen van deze bundel korte verhalen ging het zo: in het begin dacht ik 'Ha! John Updike! Wat een geweldige schrijver'. De eerste verhalen las ik met plezier, maar na een tijdje begon het me toch wel te vervelen: wéér een man van een jaar of zestig die terugkijkt op zijn drie huwelijken, op het geluk dat hij nooit gevonden heeft; die het huis van zijn moeder moet leegruimen nadat ze overleden is; die liever een Europeaan zou zijn, maar toch een Amerikaan is. Als op bladzijde 148 niet het verhaal Tristan and Iseult had gestaan, had ik het boek dichtgelegd -- een verhaal waarin hij humoristisch de anonieme en tegelijk sensuele sfeer beschrijft van het bezoek aan de mondhygiëniste. Zoveel stelt het verhaal nog niet eens voor, maar het is eens wat anders, en dat is wat een verhalenbundel toch wel moet bieden, een beetje afwisseling. Daarna komt bovendien een van de mooiste verhalen uit de bundel, Aperto, Chiuso, over een zestigjarige man die met zijn twintig jaar jongere derde vrouw door Italië reist. Alle thema's zijn vertegenwoordigd maar vooral wordt vooral de wanhoop van die mensen beschrijven, die nu dan toch maar bij elkaar blijven, omdat ze elkaar soms haten maar toch ook liefhebben. Vanaf dat moment kon ik er weer tegen: geweldige schrijver.

Geen opmerkingen: