Doorgaan naar hoofdcontent

Louis Couperus. Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan.

Louis Couperus. Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan. Amsterdam: L.J. Veen, 1973 (1906).

Kerstmis: Couperus lezen of herlezen! Deze keer was Van oude mensen aan de beurt. Ja, dit is een eerbiedwaardige traditie ook al ben ik er dit jaar pas mee begonnen. Ik ga het volhouden, want Couperus is toch zonder enige twijfel de beste Nederlandse romanschrijver ooit. Ik kan zelfs niemand verzinnen die er maar in de buurt komt. W.F. Hermans staat misschien op nummer 2, maar die heeft natuurlijk niet de stilistische verfijning, en ook niet het psychologisch inzicht om zulke verschillende mensen te kunnen beschrijven.

Neem dit boek nu: intrigerend, melancholiek, precies. Af en toe zie je wat kunstgrepen van de feuilletonschrijver: omdat er zoveel familieleden beschreven worden, krijgen sommigen wel iets heel stereotieps, maar daar staat dan weer tegenover dat zelfs sommige bijfiguren fascinerende kantjes hebben — zoals de 'perverse' oom Anton, die ooit iets met een 'wasmeisje' moet hebben gedaan dat niet door de beugel kon, en zich nu het liefst op zijn kamer verlustigt in de beschrijvingen die Suetonius gaf van het leven van de Romeinse keizers (daarbij denk je dan onwillekeurig aan het feit dat Couperus' Berg van licht in dezelfde tijd verscheen ).

Wat me bij vorige lezingen niet was opgevallen (of wat ik in ieder geval niet onthouden heb): het spel met ouderdom. Iedereen die ook maar een rol van betekenis speelt in dit boek, is oud. Zelfs over Elly, die nog maar 23 is en bovendien vol ambities zit, wordt verteld dat ze zich oud voelt. En een beschrijving van haar 38-jarige man eindigt het boek in een onnavolgbare alinea:

En daar de kilte van het zonnesterven voorbij was, en de starrenacht buiten zwoel werd, wierp hij de ramen weer open, ademde op, en zette zich, bij zijn goed brandende lamp, aan zijn grote tafel... Zijn blond en fijn gezicht boog zich over zijn papieren heen, en zo dicht bij de lamp was het zichtbaar, dat hij heel grijs werd aan de slapen.

Reacties

Nick zei…
Wat grappig dat u die laatste alinea zo mooi vond! Dat was namelijk ook precies datgene dat mij ook erg aansprak.
Wat ik er verder nog uithaalde is dat er een soort van erfzonde opgetreden is. De tweede generatie (de kinderen van de "moordenaars") leeft al onder het juk van de moord, en nu de oude generatie uitgestorven is wordt de laatste generatie door de verscheurde dagboekfragmenten ook belast, en een van de leden van deze generatie hoort in een klap ook bij de oude generatie (hij werd al grijs bij de slapen, toevallig net nadat hij de fragmenten las)

Voor de rest vind ik dit een leuke site, ook leuk om te lezen hoe mensen dezelfde boeken zo anders, of juist hetzelfde ervaren!

De groeten,

Nick

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …