Doorgaan naar hoofdcontent

Moses Isegawa. Voorbedachte daden.

Moses Isegawa. Voorbedachte daden. Amsterdam: De Bezige Bij, 2004.

Als dit boek niet op een tekstverwerker geschreven is, eet ik het op. Het is veel te lang. Het begint enorm intrigerend, over een vijftigjarige Oegandese asielzoeker, Dismas Moesigoela, die uit woede over het bestaan van AIDS -- waarvan hij op gezag van een nonfictieboek aanneemt dat het een westerse uitvinding is -- allerlei westerse onderzoeksinstellingen in de brand steekt, met een autochtone kompaan. Maar na verloop van tijd besluit die kompaan dat hij iets anders gaat doen, en dan zakt het boek in elkaar. Om de een of andere reden houdt Moesigoela het dan namelijk ook voor gezien, niet alleen met dingen in de brand steken, maar ook met zich boos maken over AIDS -- of beter over de ziekte die in het boek 'de Regelaar' genoemd wordt. Tot hij op het eind ineens weer heel heftig in actie komt. Ondertussen heeft hij zich wel druk gemaakt over een hele reeks ongesorteerde andere problemen: het treinverkeer, het asielbeleid, het gedrag van de politie tegenover zwarten, de files. Een andere eigenschap van Voorbedachte daden: dat het bestaat uit een mengeling van verzonnen en reële namen. AIDS heet de Regelaar, Nederland heet Pingeland, Beverwijk heet Bevert, maar om de een of andere reden heet Haarlem dan weer Haarlem, Amsterdam Amsterdam, Rotterdam Rotterdam, Den Haag Den Haag. Moesigoela spreekt ook niet over asielzoekers, maar over proteïnezoekers, maar ik heb geen idee waarom dat zo is. Proteïne?

Qua toon doet het boek me wel denken aan veel recente Franse literatuur, over eenzame figuren in de grote stad die gaandeweg voor zichzelf de meest eigenaardige theorieën opzetten, en daar ook naar gaan handelen. Dat is een interessante verrijking van wat je zoal in het Nederlands leest, en ik heb het boek ook helemaal uitgelezen. Het geeft hoe dan ook een kijkje op de Nederlandse samenleving vanuit een standpunt dat zelden aan de orde komt: dat van de Afrikaanse asielzoeker die zijn ogen niet in zijn ogen heeft zitten en slim is en kritisch. Maar er hadden honderd bladzijden uitgekund.

Reacties

ronald zei…
Geschreven op een tekstverwerker, maar schrijft niet iedereen tegenwoordig op een tekstverwerker?
Ik ben toch benieuwd naar het origineel, Moses Isegawa schreef het boek in het engels, waarna het vertaald werd.

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …