Doorgaan naar hoofdcontent

Hans Verhagen. Moeder is een rover.

Hans Verhagen. Moeder is een rover. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2004.

Van Hans Verhagen kan ik me al meer dan twintig jaar een zinnetje voor de geest halen: 'met haar mond voor witte chocolade'. Ik hoorde hem ooit een gedicht op de radio voordragen, en daar zat dit zinnetje in. Dat ergerde me en intrigeerde me tegelijkertijd. Ik heb het altijd onthouden, maar nog nooit iets van Verhagen gelezen. Zijn nieuwe bundel (deze) is geloof ik een vernieuwde doorbraak en een redelijk succes. Dat is ook wel terecht, het is een mooie bundel, en hij opent al met een paar regels die bijna net zo onthoudbaar zijn als die zin van twintig jaar geleden. De eerste bijvoorbeeld:

Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen
In dit ondermaanse licht ontleend aan schaduwen
anderen de vingers breken tot ze niet meer meetellen
om ooit de sultans ezel voor zich uit te mogen duwen

Verhagens toon houdt het midden tussen die van Lucebert en een schooljongen in een melige bui, en dat is intrigerend. Soms wordt het net iets te flauw:

Nooit van z'n leven viel ooit iemand zo verwoestend
van zijn stoel; neus en oren
her en der gevonden onder sofa of plafond
vlogen als geschoten van m'n smoel
Ontmanteling alom

Toen ik achttien was, of negentien, had ik die laatste regel, met dat potsierlijke woord ontmanteling en het nog potsierlijker alom prachtig gevonden, dat weet ik zeker. Nu vind ik hem alleen maar potsierlijk. En toch is het inspirerend dat iemand als Hans Verhagen hem nog durft op te schrijven. (Net zoals hij over een vlieg durft te grappen dat hij de Libelle leest.)

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …