Doorgaan naar hoofdcontent

Bill Bryson. A short history of nearly everything.

Bill Bryson. A short history of nearly everything. London: Black Swan, 2004.

In vijfhonderd pagina's (pocketeditie) beschrijft Bryson de geschiedenis van het universum, van de wereld, van het leven op aarde en van de voorouders van de mens.

Op het omslag staat de volgende aanbeveling:

He never loses sight of his subject's power to astonish; he has a nose for the sort of fact that causes people to open their mouths wide in wonder. Every single page of his book contains three or four utterly bizarre facts... Deserves to sell as many copies as there are protons in the full stop that ends this review (at least 500,000,000,000).'
Craig Brown, Mail on Sunday

Dat slaat de spijker op de kop, niet alleen omdat het beschrijft wat je aan dit boek kunt bewonderen — iemand anders noemt het een bravourestukje, het is het populair-wetenschappelijke boek dat alle andere populair=wetenschappelijke boeken overbodig moet maken &mdash maar ook wat er uiteindelijk zo vermoeiend aan is. Het wetenschappelijke bedrijf is voor Bryson een parade van zeer excentrieke figuren die onder de onmogelijkste omstandigheden de vreemdste ontdekkingen doen. De hele tijd wordt je om de oren geslagen met vreemde feiten. Maar het is een beetje vermoeiend om honderden pagina's lang met je mond open te zitten en ook de humor is een beetje luidruchtig.

Bovendien kom je alle truukjes tegen uit de populair-wetenschappelijk trukendoos, maar dan zo copieus opgediend dat ook dat allemaal te veel wordt: al die grapjes over de verschillen tussen Engelsen en Fransen, al dat droge commentaar op het gebruik van geleerde woorden in geleerde teksten, al die pogingen de hele tijd om heel grote getallen aanschouwelijk te maken -- dat van die protonen in de punt is er een treffend voorbeeld van, 'als alle sterrenstelsels in het universum doperwtjes zouden zijn, kon je er de Royal Albert Hall mee vullen.

Er valt veel te leren uit dit boek, want Bryson heeft ontegenzeggenlijk heel veel populair-wetenschappelijke boeken gelezen (als het doperwtjes waren...) Het valt ook niet te ontkennen dat hij onderhoudend schrijft, maar je moet het niet allemaal achter elkaar lezen. En hierna heb je ook wel behoefte aan weer een wat serieuzer populair-wetenschappelijk boek. (Het vorige boek dat ik van Bryson las was Aantekeningen uit een groot land. Ik was trouwens vergeten dat dit dezelfde schrijver was, tot ik zijn biootje las op de cover.)

Reacties

Anoniem zei…
"De hele tijd wordt je om de oren geslagen met vreemde feiten"

Die gaat vaak fout, waarschijnlijk doordat "word" in "word je" op zo'n duidelijk t-klank eindigt, terwijl je in "word ik" (vooral in snelle spraak) veel meer een d-klank hoort.

Maar misschien ook wel omdat "je" in deze uitdrukking als datief kan aanvoelen: jou wordt om de oren geslagen.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …