Doorgaan naar hoofdcontent

Erik Menkveld. Prime time.

Erik Menkveld. Prime time. Amsterdam: Van Oorschot, 2005.

Zijn vorige bundel heb ik aan heel veel mensen cadeau gegeven, maar met de nieuwe Menkveld zal ik dat niet zo snel doen. Het is wat minder woest allemaal, wat bedaagder en vooral wat minder vrolijk. Een gedicht -- een gelegenheidsgedicht -- is een uitzondering. Dat wilde ik aan 1 persoon cadeau doen, en dat heb ik ook gedaan.


Zo'n vriendschap


Zo'n vriendschap die zich aanvankelijk even
verliefd waant niet lang alsof een jonge eik
zich even roos zo'n jong begonnen vriendschap
toevallig ontsproten aan een onvoorziene
avond eten onvoorziene disgenoten jong
beginnend allemaal collega's gelachten dat we
toen en later vaak ook weer weet jij nog waarom
iets met omgestoten water ijsklontjes
op iemands ik geloof mijn schoot

zo'n vriendschap die huisraad een huwelijk
uit helpt takelen bel me als je het niet meer dag
en nacht wat je nooit deed toen tot mijn spijt
geloof ik achteraf zo'n vriendschap die soms
even zit te eten of in zeeland is maar altijd graag
omhelst zeepbakjes een roekeloos nieuw huis
in schroeft spreekt op de volgende roekeloze
bruiloft de laatste de beste zo'n vriendschap

die soms even onder de voet door carrièrestappen
directeurschappen raken kan de kinderen schrijven
anderzijds maar graag en innig omhelzen blijft
en over ouders weten wil de liefde werk zich
regelmatig voorneemt eens gevieren te gaan
en dat uiteindelijk doet zo'n vriendschap

en hoe anders gekleed gehuwd gehuisvest ook
inmiddels altijd is gebleven en met jeugdig ongeloof
verneemt dat jij nu vijftig en zijn eigen jaarringen
begint te tellen en zich met geen woorden drukte
geschil nog laat vellen zo'n vriendschap?

Erik Menkveld, 2005

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …