Doorgaan naar hoofdcontent

Tonino Benacquista. Quelqu'un d'autre

Tonino Benacquista. Quelqu'un d'autre. Paris: Gallimard, 2002.

Twee mannen komen elkaar tegen op de tennisbaan, spelen een wedstrijd en zakken daarna door. In hun dronkenschap besluiten ze dat ze elkaar over drie jaar weer zullen ontmoeten, maar dat ze dan geworden zijn wie ze altijd al wilden worden: iemand anders, de man van hun dromen. De een verdwijnt uit zijn leven van lijstenmaker, meet zich een nieuw gezicht aan en wordt prové-detective. De ander ontdekt de verlokkingen van de wodka en de vrouw van zijn dromen, en doet en passant een uitvinding die hem slapende rijk maakt.

Dit is een voorbeeld van een onwaarschijnlijk genre - een literair feel-goodbook over de midlife crisis, geschreven door een Fransman met een Italiaanse naam. Maar het is al die dingen: literair omdat het zo goed geschreven is en ieder persoon op zijn eigen wijze iets van het thema -- ‘Al siet men de luy men kensse niet' -- laat zien; feel-good omdat er werkelijk helemaal niets misgaat, tot in het absurde toe, zelfs als je doodgeschoten wordt, sta je daarna nog op; en midlife omdat het niet alleen gaat over twee mannen van rond de veertig, maar vooral over twee mannen die binnen een paar jaar hun doel verwerkelijken en voor de rest van hun leven degene worden die ze altijd al wilden zijn. Op het omslag en ook in sommige recensies op het Internet wordt gesuggereerd dat er onder deze onbezorgde verwisseling van identiteit een donkere onderstroom zit: kun je wel ongestrafd iemand anders worden? Blijft je verleden je toch niet achtervolgen? Ik heb van die onderstroom weinig gemerkt. Heel even zou je misschien kunnen denken dat de privé-detective even spijt krijgt, als hij merkt dat zijn boekhoudster altijd veel meer van hem gehouden heeft dan ze ooit heeft laten merken. Maar die spijt drukt hij effectief de kop in, om verder te gaan met het leven van zijn keuze.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …