Doorgaan naar hoofdcontent

Tonino Benacquista. Quelqu'un d'autre

Tonino Benacquista. Quelqu'un d'autre. Paris: Gallimard, 2002.

Twee mannen komen elkaar tegen op de tennisbaan, spelen een wedstrijd en zakken daarna door. In hun dronkenschap besluiten ze dat ze elkaar over drie jaar weer zullen ontmoeten, maar dat ze dan geworden zijn wie ze altijd al wilden worden: iemand anders, de man van hun dromen. De een verdwijnt uit zijn leven van lijstenmaker, meet zich een nieuw gezicht aan en wordt prové-detective. De ander ontdekt de verlokkingen van de wodka en de vrouw van zijn dromen, en doet en passant een uitvinding die hem slapende rijk maakt.

Dit is een voorbeeld van een onwaarschijnlijk genre - een literair feel-goodbook over de midlife crisis, geschreven door een Fransman met een Italiaanse naam. Maar het is al die dingen: literair omdat het zo goed geschreven is en ieder persoon op zijn eigen wijze iets van het thema -- ‘Al siet men de luy men kensse niet' -- laat zien; feel-good omdat er werkelijk helemaal niets misgaat, tot in het absurde toe, zelfs als je doodgeschoten wordt, sta je daarna nog op; en midlife omdat het niet alleen gaat over twee mannen van rond de veertig, maar vooral over twee mannen die binnen een paar jaar hun doel verwerkelijken en voor de rest van hun leven degene worden die ze altijd al wilden zijn. Op het omslag en ook in sommige recensies op het Internet wordt gesuggereerd dat er onder deze onbezorgde verwisseling van identiteit een donkere onderstroom zit: kun je wel ongestrafd iemand anders worden? Blijft je verleden je toch niet achtervolgen? Ik heb van die onderstroom weinig gemerkt. Heel even zou je misschien kunnen denken dat de privé-detective even spijt krijgt, als hij merkt dat zijn boekhoudster altijd veel meer van hem gehouden heeft dan ze ooit heeft laten merken. Maar die spijt drukt hij effectief de kop in, om verder te gaan met het leven van zijn keuze.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…