Doorgaan naar hoofdcontent

Panos Karnezis. The Maze. London: Vintage, 2005 (2004).

Het Franse tijdschrift (en website) Lire had niet zo lang geleden een lijstje met jonge Europese auteurs die de toekomst van de romankunst in Europa zouden vertegenwoordigen. Uit dat lijstje koos ik Panos Karnezis, een Griekse jongeling — haha, hij is in hetzelfde jaar geboren als ik — die in Londen woont en in het Engels schrijft. En wat voor Engels! Hij lijkt potdorie Joseph Conrad wel. Net als veel immigrantenschrijvers heeft hij een enorm bloemrijke stijl, vol met woorden die je moet opzoeken in je woordenboek, maar in dit geval leidt dat in het geheel niet af van het verhaal. En het verhaal is prachtig, hartverscheurend.

Een leger Grieken dat er na de Eerste Wereldoorlog opuit is gestuurd om ervoor te zorgen dat Asia Minor weer in Griekse handen kwam, zwerft na in 1922 jammerlijk verslagen te zijn, een tijdje door de woestijn tot het in een dorpje terechtkomt dat tot dan toe van de oorlog verschoond is gebleven. Zowel in het leger als in het dorpje vinden we opmerkelijke figuren: een aan de morfine en de Griekse mythologie verslaafde brigadier, een pope die uit stelen gaat om voorzien te blijven van hosties, wijn en een bijbel, een majoor die stiekem tot de communistische revolutie oproept en een burgemeester die wil trouwen met een Franse prostituée. Als het leger het dorp overneemt, komt het allemaal samen, en vinden alle frustraties en schuldgevoelens over het mislukken van de oorlog een gewelddadige uitweg, die ervoor zorgt dat niemand meer wil blijven en iedereen naar zee wil, of naar het 'moederland'. Maar behalve een boek over de verschrikkingen van de oorlog, is het vooral ook een boek over onbegrip: niemand begrijpt een ander. En het grootste onbegrip speelt daarbij een dreigende permanente rol op de achtergrond: dat tussen Turken en Grieken. Dat is op een knappe manier gedaan: er komt bijvoorbeeld geen enkel Turks individu in voor (wel een Arabier van wie sommigen denken dat hij een Turk is), maar in het allerlaatste hoofdstuk, als alle Grieken zijn weggevlucht komen de 'moslims', nog altijd naamloos, uit hun sloppenwijken, en doen waar iedereen altijd al bang voor was: ze nemen wraak voor wat hen is aangedaan.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …