Doorgaan naar hoofdcontent

William Boyd. Armadillo. London: Penguin, 1998.

Een expert op het gebied van 'verliesbeperking' -- iemand die voor een verzekeringsmaatschappij probeert vast te stellen of de geleden schade wel zo hoog is als door de schadelijder is opgegeven -- raakt steeds meer in de problemen omdat iedereen de schuld voor alles op hem afschuift. Een vrouw die hij nog maar net ontmoet heeft, vertelt haar man dat ze al anderhalf jaar lang een gepassioneerde verhouding met hem heeft, zodat ze die man flink jaloers maakt. Zijn werkgever ontslaat hem om een duistere malversatie wit te wassen, enz. Een amusant boek? Als je net als ik kort geleden een ander boek van William Boyd gelezen hebt, Stars and bars, vallen je de overeenkomsten op met dit boek. Een man die een beroep heeft dat taxatie inhoudt (in S&B taxatie van kunstwerken, in dit boek van verliezen voor de verzekering) en die het gevoel heeft dat hij zijn leven op orde heeft, wordt ineens geconfronteerd met allerlei zich opstapelende problemen in zijn privé-leven en op zijn werk. De man in kwestie is in een land waar hij in zekere zin niet thuis hoort (een Brit in Amerika in S&B, een kind van zigeuners in A). In zijn privé-leven zijn er relaties met vrouwen die van elkaars bestaan niet afweten; op het werk blijkt hij van alle kanten bedrogen te worden. Eén probleem is in beide gevallen dat zijn auto onklaar wordt gemaakt (de wielen worden eraf geschroefd of de lak wordt in de brand gestoken). En in allebei de boeken speelt een asociale familie een belangrijke rol -- het eigen gezin in A, het gastgezin in S&B.

Ja, het is toch wel een amusant boek, ik heb me niet verveeld. Maar ik zou niet snel een nieuw boek van Boyd lezen: om ditzelfde verhaal nu binnen een paar maanden nágmaals tot me te nemen, dat lijkt me een beetje veel van het goede.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …