Doorgaan naar hoofdcontent

Ronald Giphart. Troost. Amsterdam: Podium, 2005.

Van Ronald Giphart had ik nog nooit een boek uitgelezen; Phileine zegt sorry had ik na een paar bladzijden weggelegd omdat ik het te flauw vond. Ik begon dan ook alleen maar aan Troost omdat ik niet genoeg vliegtuiglectuur bij me gestoken had en omdat dit boek over koken ging.

Wat een ontdekking! Troost is een geweldig goed geschreven, zeer onderhoudend boek waarbij het water je bovendien ook nog eens in de mond loopt. Het verhaal van een topkok met een eigen televisieprogramma die binnen korte tijd op het toppunt van zijn roem heel zijn leven in elkaar ziet storten zit heel goed in elkaar, het wordt met enorme vaart verteld, het is grappig en het geeft je zin om weer eens echt goed uit eten te gaan (dat is dan wel weer een beetje jammer als je in het vliegtuig naar Tromsø zit). Bovendien zit het vol met aardige gedachten over roem en liefde voor het vak en obsessie en televisie, zonder dat de schrijver daar nu zo verschrikkelijk ingewikkeld over doet. Troost is het boek waarvan je in zwaarmoedige momenten denkt dat ze alleen in de angelsaksische landen geschreven worden -- heel knap maar zonder pretenties, maar de vergelijking met bijvoorbeeld William Boyd kan Ronald Giphart wat mij betreft moeiteloos volstaan. Zijn volgende boeken ga ik ook lezen.

Reacties

ronald zei…
Grappig, mijn grote bezwaar tegen het boek was juist dat het geen moment de eetlust opwekte.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …