Doorgaan naar hoofdcontent

Ronald Giphart. Troost. Amsterdam: Podium, 2005.

Van Ronald Giphart had ik nog nooit een boek uitgelezen; Phileine zegt sorry had ik na een paar bladzijden weggelegd omdat ik het te flauw vond. Ik begon dan ook alleen maar aan Troost omdat ik niet genoeg vliegtuiglectuur bij me gestoken had en omdat dit boek over koken ging.

Wat een ontdekking! Troost is een geweldig goed geschreven, zeer onderhoudend boek waarbij het water je bovendien ook nog eens in de mond loopt. Het verhaal van een topkok met een eigen televisieprogramma die binnen korte tijd op het toppunt van zijn roem heel zijn leven in elkaar ziet storten zit heel goed in elkaar, het wordt met enorme vaart verteld, het is grappig en het geeft je zin om weer eens echt goed uit eten te gaan (dat is dan wel weer een beetje jammer als je in het vliegtuig naar Tromsø zit). Bovendien zit het vol met aardige gedachten over roem en liefde voor het vak en obsessie en televisie, zonder dat de schrijver daar nu zo verschrikkelijk ingewikkeld over doet. Troost is het boek waarvan je in zwaarmoedige momenten denkt dat ze alleen in de angelsaksische landen geschreven worden -- heel knap maar zonder pretenties, maar de vergelijking met bijvoorbeeld William Boyd kan Ronald Giphart wat mij betreft moeiteloos volstaan. Zijn volgende boeken ga ik ook lezen.

Reacties

ronald zei…
Grappig, mijn grote bezwaar tegen het boek was juist dat het geen moment de eetlust opwekte.

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …