Doorgaan naar hoofdcontent

Henry James. The Portrait of a Lady. London: Everyman's Library, 1991.

Bij bevallingen schijnt het hormonaal zo te werken dat de vrouw snel na de geboorte alle pijn vergeten is, en zich alleen nog het geluk herinnert van het kindje dat in haar armen lag. Misschien is datzelfde effect er verantwoordelijk voor dat The Portrait of a Lady van Henry James allerwegen als een belangrijk boek wordt beschouwd. De laatste honderd bladzijden zijn weergaloos mooi, vooral de ruzie die Isabel eindelijk met haar echtgenoot heeft is meesterlijk, net als het gesprek dat ze onmiddellijk daarna met haar schoonzus voert, en waarin deze onthult wat het geheim van die man eigenlijk is -- dat zijn kind van degene is die zogenaamd alleen een vriendin is.

Maar ik vind dat je dan toch eigenlijk niet mag vergeten dat de eerste driehonderd pagina's een enorme worsteling opleveren met een vreselijk opdringerige alwetende verteller -- die steeds weer laten weten dat hij er is, maar het verhaal niet echt op gang weet te krijgen -- en dat ik ook in de tweehonderd pagina's na die eerste nog af en toe even iets anders moest gaan doen om me niet helemaal te vervelen.

Merkwaardig is dat, dit boek zou een meesterwerk zijn als het 250 pagina's zou tellen. Je hebt ook het gevoel dat James gaandeweg pas echt leert schrijven. Dat betekent dan strikt genomen dat ik me meteen op een later boek zou moeten werpen, ik heb de Golden Bowl ook in mijn bezit. Ik ga dat ook nog wel een keer lezen, maar ik geloof dat ik wel eerst even moet bijkomen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …