Doorgaan naar hoofdcontent

Jan Siebelink. Knielen op een bed violen. Amsterdam: De Bezige Bij, 2005.

Gaandeweg moest ik me gewonnen geven. Knielen is een erg Nederlands boek, en dat betekent onder andere dat de zinnen wel erg kort zijn, en aan dat brokkelige moest ik wel even wennen:

Korte, striemende slagen. Hij staarde met wijdopen ogen naar de grond. Pijn. Geen verwondering, het leek of de afstraffing langs hem heen ging. Wee, wie met zijn Formeerder twist!

De roman gaat over een tuinder in Velp die door een heel naar soort calvinisme, een dat niets met de kerken te maken wil hebben maar wil teruggrijpen op de gedachten van zestiende-eeuwse hervormers, wordt gepakt en daardoor verandert van een vrolijke man in een af en toe heel nare vader. Siebelink heeft er in interviews geen geheim van gemaakt dat het boek heel autobiografisch is, en eigenlijk kun je het ook alleen als autobiografie begrijpen: de verhaallijnen zijn af en toe te kronkelig om verzonnen te kunnen zijn.

Dat autobiografische maakt ook het ontroerende uit: het is aangrijpend om te zien hoe een zoon na vele vele jaren zijn vader, die godsdienstwaanzinnig was en zijn gezin af en toe op het spel zette voor zijn vreemde sekte, zo probeert te naderen door hem zo goed mogelijk te begrijpen. Er wordt niet gespot, terwijl je tegelijkertijd ook inziet hoe erg het geweest moet zijn voor de kinderen, maar vooral ook voor de vrouw die niet met haar man meegaat in zijn waandenkbeelden, maar toch bij hem probeert te blijven, al mag ze hem op zijn doodsbed uiteindelijk niet eens spreken: een woord van een onbekeerde zou weleens kunnen betekenen dat de man toch nog het zielenheil verliest.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …