Doorgaan naar hoofdcontent

Jared Diamond. Collapse. How societies choose to fail or succeed. London: Penguin, 2006 (2005).

De samenlevingen van de Paaseilanden, van de Vikingen op Noorwegen en van de Maya's: allemaal zijn ze op een bepaald moment ten onder gegaan. Waarom? Volgens de Amerikaanse hoogleraar Aardrijkskunde Jared Diamond ligt er telkens min of meer hetzelfde pakket oorzaken aan te grondslag, zij het dat de relatieve bijdrage van ieder ingrediënt van keer tot keer kan verschillen: de mensen putten hun natuurlijke bronnen uit, bijvoorbeeld omdat ze dat gewend raken in relatieve gunstige tijden; er ontstaat een grotere of kleinere schommeling in het klimaat; er is onderlinge onenigheid of oorlog met buren; handels- of andere partners vallen weg.

Diamonds boek bestaat allereerst uit een reeks ilustraties van deze 'theorie' uit het verleden; het is natuurlijk maar de vraag in hoeverre dit echt een theorie is, omdat het moeilijk is om te bedenken wat voor factoren er nog meer een rol zouden kunnen spelen, als we er even vanuit gaan dat het onwaarschijnlijk is dat samenlevingen zomaar uit zichzelf in elkaar storten. Het is wel aardig om die verhalen te lezen, maar dat is meer omdat je er iets uit leert over de geschiedenis - ik wist bijvoorbeeld niet dat de Vikingen zichzelf in de eerste plaats als boeren zagen.

Zoiets geldt ook voor het tweede hoofddeel, waarin de huidige samenlevingen van Rwanda, Haiti, China en Australië worden beschreven. Ook daar leer je van alles uit over de ecologische problemen van de huidige tijd, maar om nu te zeggen dat er echt een grote lijn inzit, is volgens mij overdregen.

Diamond schrijft af en toe behoorlijk schools. Het eerste hoofdstuk eindigt nota bene met een overzicht over wat hij van plan is in hoofdstuk 2, 3, enz. te gaan doen. Het laatste deel van het boek - waarin lessen getrokken worden over hoe het nu verder met de wereld, heb ik, vooral om die reden, niet meer helemaal in detail gelezen. We moeten beter op onze aarde passen, en voorzichtig zijn!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …