Doorgaan naar hoofdcontent

Mark Boog. De encyclopedie van de grote woorden. Gedichten. Amsterdam: Cossee, 2005.

Een boek schrijven dat De encyclopedie van de grote woorden heet, en dat drieënzestig gedichten bevat over zo'n beetje alle grote woorden die er zijn: dat zou de ambitie van een personage in een van Mark Boogs romans kunnen zijn. Maar de dichter heeft het zelf verwezenlijkt. Het is heel moeilijk om zo'n bundel onbevangen te lezen. Een gedicht waar in kleinkapitalen Liefde bovenstaat, of Kwaad, het, of Poëzie! Ik probeerde af en toe net te doen alsof die titels er niet stonden, en dat hielp dan wel een tijdje, maar al snel werd mijn aandacht toch weer door die grote woorden afgeleid.

Daar komt nog bij dat ook vormelijk de gedichten er de aandacht op vestigen dat ze gemaakt zijn. Bijna ieder gedicht heeft wel een duidelijk geconstrueerde strofenbouw (sommige bestaan bijvoorbeeld uit vier keer drie regels, anderen uit twee kwatrijnen en twee terzinen; er wordt overigens nergens echt gerijmd). Het draagt allemaal wel erg bij aan het gevoel een virtuoos vertoon van kunnen te zien, en dat maakt het dan weer moeilijk om te worden meegesleept. Een enkele keer lukt dat dan trouwens toch weer wel, bijvoorbeeld in het Shakespeareaanse Gramschap (één strofe en met alliteratie en zelfs wat eindrijm):

Haal gram. Doe wild de woede bloeien,
verhef de toorn, vat vlam, verpletter vijand
en voorbijganger, verteer het eigen hart
en schroei de valse uren tot ze braak en zwart,
verloren liggen. Win. Vertrouw de zachtheid niet,
ze sust en streelt en slaat dan toe door te
verdwijnen: bitter gif. Sla harder dan de ander
en sla eerder. Een uitgestoken hand bevat
een dolk of is er een. Een glimlach tast geduldig af,
vindt zwakke punten en verraadt. Hordes volgen,
aangevoerd door, groter dan de gramschap,
alledag, die zich ontdoet, die achteloos vertrapt.

En ook overigens bevat de bundel af en toe echt Boogiaanse citaten, van die dingen die zo enorm waar zijn dat je niet begrijpt dat ze pas in 2005 zijn geformuleerd: " Van natuur, dat wat bijgeknipt moet worden, krijgen we niet snel genoeg", "Waanzin is een huis. Trap de deuren in en woon", "Weer bijzonder diepzinnig geweest vandaag."

Het werk van Mark Boog is altijd de moeite waard. Ik kan het weten, want ik heb al zijn boeken gelezen; ik besprak hier eerder zijn roman De helft van liefde.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…