14.2.06

Maarten 't Hart. Mozart en de anderen. Amsterdam: Arbeiderspers, 2006.

De romanschrijver Maarten 't Hart eindigt zijn nieuwe boek over muziek met een autobiografisch verhaal, waarin hij vertelt hoe hij Bach uitvoerde in een kerkje in Warmond. Dat verhaal, en daarmee het boek, eindigt als volgt:
Natuurlijk volgde een benauwende nasleep, verzoeken uit het hele land, tot aan Friesland en Groningen en Zeeuws-Vlaanderen toe, om mijn Bach-concert op gerenommeerde orgels te herhalen, en al die verzoeken sloeg ik af, want het feit dat ik een uur lang te Warmond niet door de mand was getuimeld, garandeerde geenszins dat dat elders niet zou gebeuren. En daarbij komt: er zijn zo veel voortreffelijke organisten in Nederland. Laat hen toch voor publiek op al die prachtige orgels Bach vertolken, en laat mij nu maar verder doorwerken aan mijn vissersroman over het Psalmenoproer te Maassluis in 1706, waarbij de blinde organist J.H. Bruyninghuizen op een avond in zijn eigen huis door woedende christenen - vissers, kuipers, haringpakkers en nettenboetsters - werd gemolesteerd.
Dat is een waardig slot, waarin de schrijver zich alsnog bescheiden toont: ach, hij is maar een amateur. Het is ook een kenmerkend slot, voor de merkwaardige stijl ('door de mand tuimelen', 'geenszins') van 't Hart.
Want wat een eigenaardig boek is dit toch.
Neem alleen al de titel: Mozart en de anderen. Wie het boek leest, merkt dat dit betekent dat er twee delen zijn: een bundel ongesorteerde stukken over Mozart, en een stapeltje over het algemeen zeer korte artikeltjes over allerlei andere componisten. Ik vermoed dat vooral die laatste her en der verschenen zijn in tijdschriften, maar een verantwoording ontbreekt, net als een degelijke bibliografie trouwens. Je zou dat allebei wel verwachten gegeven het studieuze karakter van dit boek, waarbij de KV-nummers je om de oren vliegen.
Verder struikelt 't Hart geregeld over zijn eigen enthousiasme, vooral als hij een van zijn eigenzinnige theorieën bewijst. Hij denkt bijvoorbeeld dat belangrijke componisten het jongste kind waren in een groot gezin en 'bewijst' dit door bladzijden lang jongste kinderen in grote gezinnen op te sommen die componist geworden zijn - van de meeste van die componisten heb ik in ieder geval nog nooit gehoord. Ook vindt hij het belangrijk dat grote componisten vaak klein van stuk waren, en dus probeert hij te achterhalen hoe lang Mozart nu eigenlijk was.
Natuurlijk is al die onhandigheid in stijl en al dat gesmijt met feitjes op een bepaalde manier charmant. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het ongegeneerd stapelen van superlatieven: alles is almaar prachtig. Toch gaat dat op den duur ook wel een beetje vervelen, de schrijver zegt al met al uiteindelijk zelden of nooit iets waar je van opkijkt, en al helemaal nooit iets waarvan je de muziek beter leert begrijpen. Laat die blinde organist J.H. Bruyninghuizen maar komen!
(Eerder las ik onder andere de roman Lotte Weeda van 't Hart.)

1 opmerking:

Anoniem zei

mozart was 1,50 groot

klein van stuk

http://www.amadeusmozart.de/InhaltMozartCover2.htm

daar kun je het vinden