Doorgaan naar hoofdcontent

Daniel Kehlmann. Die Vermessung der Welt. Hamburg: Rowohlt, 2006.

Twee Duitse geleerden aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, Alexander von Humboldt en Carl Friedrich Gauß en daar dan een roman over. Toch is dat boek enorm populair in Duitsland, en wat meer is: die populariteit is volkomen terecht. Het is alweer een tijdje geleden dat ik zo'n levendig en onbekommerd boek heb gelezen, vol met prachtige formuleringen, vol met rake observaties, en dan tussen neus en lippen door ook nog vol met gedachten. Het begin is al onovertroffen:

Im September 1828 verließ der größte Mathematiker des Landes zum erstenmal seit Jahren seine Heimatstadt, um am Deutschen Naturforscherkongreß in Berlin teilzunehmen. Selbstverständlich wollte er nicht dorthin. Monatelang hatte er sich geweigert, aber Alexander von Humboldt war hartnäckig geblieben, bis er in einem Schwachen Moment und in der Hoffnung, der Tag käme nie, zugesagt hatte.

Nun also versteckte sich Professor Gauß im Bett.

Onmiddellijk begint het verhaal te wirrelen en warrelen: de vrouw van Gauß zegt dat hij toch echt moet gaan, zodat hij haar begint te haten. Zijn zoon reist met hem mee, zodat hij hem begint te haten. En omdat hij steeds gehoopt heeft dat deze verschrikkelijke dag toch niet zou komen, komt hij er in de koets achter dat hij geen boek bij zich heeft. Dus pakt hij het lievelingsboek van zijn zoon af, dat blijkt te gaan over Duitse Gymnastiek, en een beschrijving behelst van allerlei apparaten zoals de bok en het paard. Waardeloos, vindt Gauß, en dus gooit hij het lievelingsboek van zijn zoon uit het raam. En dan zijn we pas op pagina drie.

Er gebeurt zoveel in het boek dat je bijna zou vergeten dat er ook nog onderwerpen in behandeld worden die mij in ieder geval interesseren, zoals: in hoeverre is het nodig voor een wetenschapper om, zoals Humboldt, de wereld in te trekken om overal alles na te meten en te bestuderen onder enorm ingewikkelde omstandigheden? Kun je niet ook, zoals Gauß, thuis blijven en goed nadenken?

Je kunt in ieder geval thuis blijven, dit boek lezen en van alles meemaken.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…