Doorgaan naar hoofdcontent

Gerard Reve. Het Boek Van Violet En Dood. Amsterdam: L.J. Veen, 1996.

Ik moest natuurlijk iets lezen om de oude meester te gedenken, die onlangs overleed. Bezorgde ouders, waarschijnlijk zijn beste boek, kon ik niet meer vinden, dus heb ik maar het boek genomen dat zijn beste boek had moeten zijn. Ik had het nog in de kast staan, heb het waarschijnlijk tien jaar gelezen, maar kon me dat nog nauwelijks herinneren.

Een meesterwerk is het ook niet, over tien jaar kan ik het weer lezen zonder dat ik me veel herinner. Toch is het wel een mooi boek, en ook geloof ik wel een bijzonder boek in Reves oeuvre.

Op de omslag staat dat dit 'zijn meest autobiografische roman' is, en dat is geloof ik waar. Er worden (soms maar heel kort) episoden in voor die Reve verder altijd vermeden heeft: zijn werk voor het verzet, zijn verblijf in een psychiatrische inrichting. Het wordt allemaal stekelig verteld, en natuurlijk doorschoten met grappen en erotische fantasieën, maar ondertussen staat er toch maar, in een achteloze aantekening:

Ik zelf ontuchtig benaderd door man in vroege jeugd. Later nooit gewag van gemaakt of in praatprogramma vermeld. Ook nooit aan iemand verteld.

Maar verder wordt natuurlijk ook voorbijgelopen aan

het graf van de schrijfster Colette, die zo leuk beschreven heeft hoe in de salon elke dag een spin van het plafond nederdaalt aan haar draad en zich aan een bodempje chocolademeld in een kopje op de salontafel te goed doet om daarna aan haar draad wederom naar het plafond terug te keren. Zo enig als dat door die ondeugende Colette beschreven werd! Iemand vertelde mij eens dat hij of zij nog nooit zoiets leuks op papier was tegengekomen. Ik besloot om nooit van mijn leven iets van die Colette of wie het was te lezen of in te zien. Dat recht heb ik, kijk maar in de Grondwet.

Wat was het geheim van Reve? Ik weet het natuurlijk ook niet; maar het heeft iets te maken met die toevoeging 'of zij' in deze alinea.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…