Doorgaan naar hoofdcontent

Gerard Reve. Het Boek Van Violet En Dood. Amsterdam: L.J. Veen, 1996.

Ik moest natuurlijk iets lezen om de oude meester te gedenken, die onlangs overleed. Bezorgde ouders, waarschijnlijk zijn beste boek, kon ik niet meer vinden, dus heb ik maar het boek genomen dat zijn beste boek had moeten zijn. Ik had het nog in de kast staan, heb het waarschijnlijk tien jaar gelezen, maar kon me dat nog nauwelijks herinneren.

Een meesterwerk is het ook niet, over tien jaar kan ik het weer lezen zonder dat ik me veel herinner. Toch is het wel een mooi boek, en ook geloof ik wel een bijzonder boek in Reves oeuvre.

Op de omslag staat dat dit 'zijn meest autobiografische roman' is, en dat is geloof ik waar. Er worden (soms maar heel kort) episoden in voor die Reve verder altijd vermeden heeft: zijn werk voor het verzet, zijn verblijf in een psychiatrische inrichting. Het wordt allemaal stekelig verteld, en natuurlijk doorschoten met grappen en erotische fantasieën, maar ondertussen staat er toch maar, in een achteloze aantekening:

Ik zelf ontuchtig benaderd door man in vroege jeugd. Later nooit gewag van gemaakt of in praatprogramma vermeld. Ook nooit aan iemand verteld.

Maar verder wordt natuurlijk ook voorbijgelopen aan

het graf van de schrijfster Colette, die zo leuk beschreven heeft hoe in de salon elke dag een spin van het plafond nederdaalt aan haar draad en zich aan een bodempje chocolademeld in een kopje op de salontafel te goed doet om daarna aan haar draad wederom naar het plafond terug te keren. Zo enig als dat door die ondeugende Colette beschreven werd! Iemand vertelde mij eens dat hij of zij nog nooit zoiets leuks op papier was tegengekomen. Ik besloot om nooit van mijn leven iets van die Colette of wie het was te lezen of in te zien. Dat recht heb ik, kijk maar in de Grondwet.

Wat was het geheim van Reve? Ik weet het natuurlijk ook niet; maar het heeft iets te maken met die toevoeging 'of zij' in deze alinea.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…