Doorgaan naar hoofdcontent

Jorge Luis Borges. Labyrinths. Selected stories and other writings. London: Penguin, 2000 (1970).

Een tijdje geleden bezocht ik een tentoonstelling van René Magritte in het Mauritshuis. Had ik dat maar niet gedaan! Van te voren had ik het idee dat Magritte een schilder van ideeën was, maar na tien keer 'Ceci n'est pas un pomme', 'Ceci n'est pas un cigare', 'Ceci n'est pas un pomme' (nu wat kleiner dan de eerste keer), enz., overheerste de verveling.

Borges is voor mij de Magritte van de literatuur. Je kent zijn werk eigenlijk al voordat je het ooit gelezen hebt: allerlei fantasieën over het leven en het lezen, en de manieren waarop die in elkaar vervlochten kunnen raken -- korte, ultrakorte schetsen. In de inleiding wordt ook nog eens uit de doeken gedaan dat het voor Borges allemaal een vlucht was uit de gruwelijke werkelijkheid van de verscheurde Europese cultuur na de Wereldoorlog. Maar eigenlijk hoef je die verhalen daar vervolgens niet meer voor te lezen — ze geven misschien wat intellectueel plezier, maar dan kun je eigenlijk ook maar beter meteen een wetenschappelijke studie lezen. Ik houd geloof ik misschien ook niet zo van fantasie, en ik moet me toegeven: bij Jorge Luis Borges, volgens de flaptekst 'de grootste schrijver die nooit de Nobelprijs kreeg', heb ik me verveeld.

Reacties

Jochen zei…
Bekijk van Magritte ook eens wat andere schilderijen dan de 'Ceci n'est pas un...'-reeks en je zal zien dat hij een geniaal en buitengewoon vakkundig kunstenaar was met een enorme fantasie.

Over Borges heb je dan weer wel gelijk: wat iedereen daarin ziet, heb ik nooit begrepen. Hij was in mijn ogen verre van geniaal, misschien wel vakkundig, maar zeker niet in het bezit van zo'n grote fantasie als iedereen hem toedicht.

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…