Doorgaan naar hoofdcontent

Jorge Luis Borges. Labyrinths. Selected stories and other writings. London: Penguin, 2000 (1970).

Een tijdje geleden bezocht ik een tentoonstelling van René Magritte in het Mauritshuis. Had ik dat maar niet gedaan! Van te voren had ik het idee dat Magritte een schilder van ideeën was, maar na tien keer 'Ceci n'est pas un pomme', 'Ceci n'est pas un cigare', 'Ceci n'est pas un pomme' (nu wat kleiner dan de eerste keer), enz., overheerste de verveling.

Borges is voor mij de Magritte van de literatuur. Je kent zijn werk eigenlijk al voordat je het ooit gelezen hebt: allerlei fantasieën over het leven en het lezen, en de manieren waarop die in elkaar vervlochten kunnen raken -- korte, ultrakorte schetsen. In de inleiding wordt ook nog eens uit de doeken gedaan dat het voor Borges allemaal een vlucht was uit de gruwelijke werkelijkheid van de verscheurde Europese cultuur na de Wereldoorlog. Maar eigenlijk hoef je die verhalen daar vervolgens niet meer voor te lezen — ze geven misschien wat intellectueel plezier, maar dan kun je eigenlijk ook maar beter meteen een wetenschappelijke studie lezen. Ik houd geloof ik misschien ook niet zo van fantasie, en ik moet me toegeven: bij Jorge Luis Borges, volgens de flaptekst 'de grootste schrijver die nooit de Nobelprijs kreeg', heb ik me verveeld.

Reacties

Jochen zei…
Bekijk van Magritte ook eens wat andere schilderijen dan de 'Ceci n'est pas un...'-reeks en je zal zien dat hij een geniaal en buitengewoon vakkundig kunstenaar was met een enorme fantasie.

Over Borges heb je dan weer wel gelijk: wat iedereen daarin ziet, heb ik nooit begrepen. Hij was in mijn ogen verre van geniaal, misschien wel vakkundig, maar zeker niet in het bezit van zo'n grote fantasie als iedereen hem toedicht.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …