Doorgaan naar hoofdcontent

Jan Blokker. Waar is de Tachtigjarige Oorlog gebleven? Amsterdam: De Harmonie, 2006.

Het voorwerk van Waar is de Tachtigjarige Oorlog gebleven? bevat een lijstje titels van boeken van Jan Blokker die eerder verschenen zijn bij uitgever De Harmonie. Het allereerste boek heette 'Ben ik eigenlijk wel links genoeg?' en dat zal toen het in de jaren zeventig (of zoiets) verscheen, vast ironisch bedoeld zijn maar tegelijkertijd kan ik me bij Jan Blokker niet aan de indruk onttrekken dat er bij hem ook iets in zit -- dat hij echt iemand is die zich zorgen maakt of hij zich wel voldoende conformeert. Dit boek -- eigenlijk een reisgidsje langs allerlei stadjes die een rol hebben gespeeld in de Tachtigjarige Oorlog -- is in ieder geval te lezen als een worsteling van iemand die niet durft te zeggen wat hij eigenlijk wil zeggen.

Jan Blokker wil eigenlijk zwelgen in de Tachtigjarige Oorlog. Dat was de grote oorlog die ons Nederlanders onze identiteit heeft verschaft en wat zou het toch mooi zijn als er overal in het land nog herinneringen waren aan die strijd, en als de ANWB een autoroute zou organiseren die aan die tocht herinnerde. Waarom dat zo mooi zou zijn, kan hij echter niet duidelijk maken, want tegelijkertijd is zoiets mooi vinden natuurlijk niet links genoeg: in plaats daarvan legt hij alleen omstandig uit dat in landen waarin de geschiedenis wel wordt gevierd vaak van alles mis is, en dat bovendien de meeste 'helden' van de Tachtigjarige Oorlog (de watergeuzen) eigenlijk criminelen waren die niets liever deden dan andersdenkenden een kopje kleiner maken.

Als reisgids is dit zo een heel curieus boekje geworden, langs allerlei plaatsen waar eigenlijk weinig te zien is, met een gids die vooral moppert over het feit dat het onderwijs zo slecht is en niemand nog belangstelling heeft voor de ontzettende troep die men er vroeger van maakte. Ik heb er overigens wel wat feitjes over de Tachtigjarige Oorlog uit geleerd, want het onderwijs is zoals bekend inmiddels al minstens 35 jaar heel slecht.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…