Doorgaan naar hoofdcontent

Ben Elton. The First Casualty. London: Black Swan, 2006 (2005).

Ben Elton schrijft ieder jaar een onderhoudend boek, en ik lees het als het in paperback verschijnt. Zo schreef ik hier al eerder over Past Mortem en Popcorn.

Terwijl die vorige boeken allemaal behalve detectives vooral ook satires waren op eigenaardigheden van onze eigen maatschappij en onze eigen tijd, gaat dit boek over de Eerste Wereldoorlog. Een uiterst rechtlijnige politieman weigert voor Engeland te gaan vechten omdat hij de zin niet inziet van al het moorden dat er gebeurt op de slachtvelden. Hij wordt daarom in de gevangenis gegooid en merkt dat werkelijk iedereen hem veracht om zijn standpunt, ook de gevangenen en zelfs de andere politieke gevangenen. Omdat hij ook nog eens op een cel wordt geplaatst met mensen die hij vroeger zelf de gevangenis heeft ingeholpen, ziet het ernaar uit dat hij niet lang te leven heeft. Maar dan wordt hij door het leger uit de gevangenis ontvoerd: hij moet een politiek gevoelige moordzaak oplossen die zich in Frankrijk rondom een Britse officier, een zoon van een vooraanstaand conservatief politicus, heeft voorgedaan. Zo komt hij toch nog aan het front terecht, waar hij, terwijl de doden in bosjes om hem heen vallen, de doodsoorzaak van één man probeert op te lossen.

Boeken over de Grote Oorlog zijn in de mode, of in ieder geval struikel ik erover. Zo las ik vorig jaar Les âmes grises van Philippe Claudel, dat ook al gaat over een detective die een moord moet oplossen in de tijd van het grote slachten. Eltons boek is veel absurder: alle essentiële gesprekken die de detective voert, gebeuren aan de frontlinies, terwijl om hem heen de soldaten de Duitse loopgraven bestormen, vastzitten in een modderige kuil of anderszins aan het moorden zijn. Ook de detective zelf kan niet anders dan af en toe iemand doodschieten, terwijl hij eigenlijk op zoek was naar het moordwapen (dat door een officier meteen weer in gebruik genomen was).

Af en toe wringt het wel een beetje, en is het misschien allemaal iets te geconstrueerd. Elton heeft duidelijk een tour de force uitgehaald door een klassiek soort detectiveonderzoek zich tegen deze achtergrond te laten afspelen. Het is af en toe allemaal wel wat veel van het goede, en als ik rondkijk op het internet, zie ik vooral slechte recensies. Maar ik heb toch weer een geslaagde middag gehad.

Reacties

Woordenaar zei…
Wat een prachtige slotzin!

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…