Doorgaan naar hoofdcontent

José Saramago. De stad der zienden. Amsterdam: Meulenhoff, 2005.

Een vervolg! Een nobelprijswinnaar die een vervolg schrijft op een eerder boek dat een succes was! En nog een zeer sjacherijnig vervolg bovendien!

In een hoofdstad — dezelfde stad die een rol speelde in Saramago's roman De stad der blinden, en veel meer komen we over die stad ook niet te weten — worden gemeenteraadsverkiezingen gehouden, en tot de schrik en verbazing van de regering stemt zeventig procent van de kiezers blanco. In aller ijl worden binnen een paar dagen nieuwe verkiezingen georganiseerd; nu stemt vijfentachtig procent van de kiezers blanco. Zoiets kan de regering natuurlijk niet over zijn kant laten gaan. We zien alles gebeuren vanuit de machthebbers, die niet kunnen begrijpen waarom de kiezers hun de democratische legitimatie ineens onthouden: alles ging toch goed? Er is een regeringspartij (de Partij van Rechts) en een oppositiepartij (de Partij van het Midden), en alle ministers zijn mannen van stavast. Ze kondigen de staat van beleg af, ze vertrekken uit de hoofdstad, maar niemand geeft een krimp.

Dat is de eerste helft, een bittere aanklacht tegen de 'democratie', een warm pleidooi van een echte anarchist. Maar dan. In de tweede helft wordt de schuld ineens gegeven aan de 'vrouw van de oogarts', de vrouw die in De stad der blinden, dat ik ook gelezen heb, een glansrol speelde. Zij was de enige die niet blind werd, nu moet ze wel de 'schuld' hebben van deze vreedzame opstand, nietwaar? Er wordt een politiecommissaris op haar afgestuurd, maar als hij overtuigd raakt van haar onschuld, wordt hij van zijn taak ontheven en vermoord. Ook de vrouw van de oogarts wordt, in de laatste zin, doodgeschoten. Een vervolg komt er in ieder geval dus niet meer, maar ik begrijp toch niet goed waarom deze verbinding tussen die twee boeken gelegd moet worden: wat is daar de betekenis van? Dat er een willekeurige persoon wordt aangewezen als schuldige, is op zichzelf al eigenaardig: wat wil de regering daarmee bereiken, vooral als ze die schuldige doodschiet, terwijl het duidelijk is dat de 'opstand' daarmee niet opgelost zal zijn. Maar vooral: waarom moet dat iemand zijn die in een heel andere roman met een heel ander verhaal ook een rol speelde?

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …